Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegge over de onbeschaamdheid van zulk een antwoord. Laat ons ons verwonderen? Neen, de uitdrukking is niet sterk genoeg: verontwaardigen wij ons, laat ons vrijelijk toegeven aan al den afkeer, dien zoo openlijke en schaamtelooze opstand in ons moet wekken. Bedekken wij er in geen opzicht het schandelijke van, en zeggen wij zoo veel kwaads mogelijk van eenen mensch, die alle vreeze Gods met voeten trapt, alle schroomvalligheid van het geweten verscheurt. Wij kunnen er niet genoeg van zeggen. Een zoon die zijnen vader veracht, een schepsel dat tegen zijnen schepper opstaat, een kind van God, dat zijnen hemelschen ^ader verwerpt! Is het verachtelijk, afzichtelijk genoeg? Och of wij er slechts meer afkeer van gevoelden; ach of wij mochten huiveren op het vernemen van zulk een antwoord. Welk verschil is er tusschen dezen zoon, die op de roepstem des vaders antwoordt met een: ik wil niet gaan, en Kaïn, die gewaarschuwd dat de zonde voor de deur ligt opstaat en de deur opent om haar binnen te laten? Het beeld van Kaïn nu den doodslager, heeft toch nog wel iets terugstootends voor ons, niet waar?

„Ik wil niet gaanMaar na alzoo bot gevierd te hebben aan onze verontwaardiging, en met ontzetting de diepte van zedelijk bederf die in dit woord ligt opgesloten te hebben gepeild, laat ons stil staan, en, om rechtvaardig te zijn, in dit snoode woord ten minste één goede zijde, ik zou bijna zeggen: ééne verdienste opmerken. Het is de verdienste der openhartigheid, de verdienste der oprechtheid. Had hij ook niet kunnen zeggen, als de andere zoon: ik ga Heer; en toch niet gaan ? Een mensch die niet vreest in opstand te zijn tegen God, deinst hij terug voor de leugen? Brengt zijn belang niet mede, om niet zoo openlijk te zeggen: ik wil niet? Heeft de goddelooze er geen belang bij om zijne goddeloosheid te bedekken? De goddelooze, zeg ik. Ik spreek de taal des bijbels. Want uit het oogpunt der wereld kunnen de goddeloozen zeer brave lieden zijn. De taal der wereld is beleefder. De wereld noemt alleen den openbaren misdadiger goddeloos. De wereld heeft haar eigen zedeleer. Volgens die

Sluiten