Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijden, de schoonheid van het kruis hebben erkend; van de eentonige verschijnselen van het dagelijksche leven de ideale, de hemelsche zijden hebben opgemerkt, om te kunnen werken in den wijngaard des Heeren. Hier op aarde wordt de wijngaard des Heeren eigenlijk nog slechts geplant, nat gemaakt, gebouwd, van vreemde bestanddeelen gereinigd. Hij is niet voltooid. Welnu, in dezen schijnbaar verwarden arbeid en ongeordende materialiën moet men reeds in geloof aanschouwen den voltooiden bouw, ja, in het ontkiemende spruitje reeds den wijnoogst, om met lust en volharding zich aan den arbeid te begeven. In het brood en den wijn van het avondmaal, die ons eenen gekruisigde voorstellen, moeten wij reeds het voorteeken zien van de eeuwige bruiloft, van het gastmaal des hemels. In één woord, het kruis moet ons worden profetie der zegepraal, de gekruisigde der wereld, haar koning. Het kruis van Christus is de toren van den wijnberg. Die dit kruis ziet weet dat er een wijngaard des Heeren is op aarde. In den wijngaard werken, dat is dus ten slotte zich aansluiten aan het werk van Christus, zich daaraan aansluiten naar mate men hem ziet werken en de kracht van zijn werk ondervindt. Want alleen doordat hij aan ons werkt kunnen wij met hem werken. Door het kruis van Christus worden onze oogen geopend om te zien de heerlijkheid des Heeren in deze woestijn des levens, zijn wijngaard, het koninkrijk der hemelen op aarde. Uit ons zeiven zien wij het niet. Zegt mij, zoudt gij iets weten van een wijngaard des Heeren zonder het woord en het werk van hem, die deze gelijkenis tot ons sprak? Maar nu gij dat woord hoort en zijn werk ziet, 1111 ook tot u heden deze roepstem komt: mijn zoon, <ja heen, werk heden in mijnen wijngaard, welaan, staat op, gaat henen, werkt heden in zijnen wijngaard.

Heden! Heden! dat is een woord tot ons geweten. Heden, heden komt de roepstem tot u. Heden staat de Heer aan de deur uws harten en klopt opdat gij hem zoudt opendoen en binnenlaten. Ach, hoe liefelijk is zijne stem: werk in mijnen wijngaard. Is het niet alsof hij tot ons zeide: staak, staak van nu voortaan

Sluiten