Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus, zoo onzichtbaar en nogtans zoo nabij, zoo onbekend en nogtans zoo machtig, gij, dien niemand aanschouwd heeft en van wien allen nogtans spreken, wiens naam de wereld beweegt, gij, die mij mijnen dorst hebt geopenbaard, die met eene onbarmhartige, maar tevens liefdevolle hand mijne wonde hebt ontdekt, gij, kunt gij mij niet genezen, gij, kunt gij mij niet verkwikken?" Geliefden, niemand heeft ooit te vergeefsch alzoo gesproken. Deze onzichtbare Jezus is nabij, hij geeft levend water aan hen die hem om water vragen. Indien hij ons eerst te drinken vraagt, in al die ongelukkigen die hij in zijne plaats heeft achter gelaten, is het alleen om ons aandachtig te maken, dat hij leeft. Daarna wil hij dat wij hem vragen, ja dat wij hem vragen, ware het slechts om aan anderen te kunnen geven. Wilt gij te drinken geven aan hen die u vragen, gij vermoogt het slechts dan, wanneer gij zelf gedronken hebt, gedronken uit de bron des eeuwigen levens, uit de geestelijke steenrots, welke is Christus. Indien het zaliger is te geven dan te ontvangen, zoo kunnen wij slechts dan de vreugde van het geven, welke de vreugde is van Christus, genieten, nadat en naar mate wij de vreugde van het ontvangen genoten hebben. En wat hij geeft, is levend water, water dat onzen dorst lescht voor eeuwig, water dat in ons wordt eene fontein, springende tot in het eeuwige leven. Wat hij geeft, is niet de vreugde van een oogenblik, die ons omtrent onzen dorst misleidt maar dien niet bevredigt; het is de blijvende vreugde eener ziel, die haren God heeft gevonden, en die, vrede hebbende met God, vrede heeft met alle dingen. Wat hij geeft, het is een God van nabij, het is een verzoende God, een God als vader, het is Immanuël, God met ons. Wat hij alzoo geeft, in één woord, — want wie is Immanuël, indien hij zelf het niet is? — wat hij geeft, het is zich zeiven. Ja, hij geeft zich zeiven. Hij zelf is die gave Gods, waarvan hij op zoo raadselachtige wijze spreekt: „indien gij de gave Gods kendet, en wie hij is die tot u spreekt: Geef mij te drinken." De gave Gods, het is niet iets vergankelijks, eene dier duizend weldaden, die ons dagelijks toekomen van Gods vader-

Sluiten