Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke hand, die zich opent om ons te zegenen, en die ons te midden onzer ellende en in het aangezicht des doods dezen kreet van dankbaarheid kunnen ontlokken: Loof den lieer, mijne ziel en vergeet geene van zijne weldaden. De gave Gods. het is evenmin eenige onpersoonlijke openbaring van Hem, eenig leerstelsel, eenige afgetrokkene waarheid. De gave Gods, het is een persoon, een goddelijk persoon, de mensch in wien wij God aanschouwen, de mensch die God zelf is. De gave Gods, waardoor alle andere dingen, de gaven der natuur en de gaven des geestes gaven worden, eene eenige en volmaakte gave van barmhartigheid, van genade en van liefde: die gave, het is hij door wien alle dingen bestaan, de zichtbare en de onzichtbare, zonder wiengeen ding is gemaakt, het hoofd en de eerstgeborene aller kreaturen, de zoon zelf, het woord, dat met God was en dat God is, Hij is ons gegeven, waarlijk gegeven; hij is niet alleen voor onze oogen verschenen, om daarna weder te verdwijnen; hij is der menscliheid gegeven, om haar eigendom, haar verworven goed te zijn. Het woord is vleesch geworden, opdat wij zijn eigendom en hij ons eigendom zoude worden. Zijn vleesch is waarlijk spijs en zijn bloed is waarlijk drank. Die mijn vleesch eet, zoo spreekt hij zelf, en mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven.

Indien gij de gave Gods kendet, en wie hij is die tot u zegt: Geef mij te drinken, zoo zoudt gij van hem hebben begeerd, en hij zoude u levend water gegeven hebben. Vraagt gij nog, waarin dat levend water bestaat, wat zoude het anders zijn dan de kennis van hem, eene kennis, voortvloeiende uit het geheimzinnig feit der gemeenschap met hem, de kennis van hetgeen hij doet, het aanschouwen zijner macht en de ervaring zijner liefde ? Deze kennis, zeg ik, vloeit voort uit de gemeenschap met hem. Hij alleen kent Christus die hem bezit. Maar hier is de grens der menschelijke prediking. Wat vermag de stem des menschen anders dan den weg tot Christus aan te wijzen, in gelijkenissen te spreken van hetgeen hij doet, totdat hij zelf kome en

Sluiten