Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilsweg: Wij besluiten clan dat de mensch door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet (Rom. III: 28). Soms, voornamelijk in de woorden des Heeren, wordt het gansche werk Gods beschreven met een naam, die het ons doet kennen zooals het zich in de wereld openbaart, namelijk als koninkrijk der hemelen; dan weder met een naam, die het beschrijft, zooals het de ervaring wordt des geloovigen: het leven is geopenbaard (1 Joh. 1:2). Gemakkelijk ware het deze lijst van kernspreuken die het gansche evangelie bevatten te vergrooten.

Dat wij nu ook in onzen tekst eene kernspreuk vóór ons hebben, die eene reeks van gedachten behelst en waaruit zich eene gansche redeneering kan ontspinnen, gelijk ook in de volgende verzen geschiedt, ligt voor de hand. Maar vreemd is het dat wij deze uitspraak niet alleen als zulk eene kernspreuk te beschouwen hebben, maar bepaaldelijk als eene zoodanige waarin het gansche evangelie is uitgedrukt. Dit toch is de bedoeling des apostels als hij zegt: Dit is de verkondiging die wij van Hem (nam. van God in de verschijning van Jezus Christus) gehoord hebben, dat God licht is en gansch gcene duisternis in Hem is.

Hoe, — zouden wij zeggen — is dit dan eigenlijk de inhoud des evangelies: eene beschouwing over Gods wezen, een Godsbegrip, en nog wTel zulk een dat in beeldspraak gegeven wordt, welke noodzakelijk iets zwevends heeft en waarvan het dus moeilijk is den juisten zin te bepalen?

Wellicht hebben wij geleerd de beschrijving van Gods wezen als nog min of meer tot den natuurlijken, althans tot den oudtestamentischen godsdienst behoorende te beschouwen, en dientengevolge als het eigenaardig christelijke aan te merken, niet de beschrijving van hetgeen God is, maar van hetgeen Hij doet.

Voorzeker moet toegestemd worden: indien wij deze spreuk tot uitgangspunt der evangelieprediking namen of ook terstond zonder nadere verklaring als hoofdinhoud daarvan voorstelden, zouden wij gevaar loopen misverstaan te worden. Maar de Apostel spreekt in onzen tekst ook niet tot de zoodanigen, die het

Sluiten