Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de duisternis, het duistere lichaam, de duistere aarde. Daalt de nacht op aarde, dan is het als of met een tooverstaf stilte, stilstand wordt geboden. De rijkdom des levens verdwijnt; hemel en aarde vloeien ineen tot één ongevormden klomp. En dit is niet alleen beeld; neen, het is zoo gelijk het zich aan de oogen voordoet. Verrees het licht niet meer, het zou zoo zijn en blijven: planten en dieren zouden sterven, alle stofdeelen zouden versteend aan dezelfde plaats blijven, zonder samenhang met elkander, onbeweeglijk. Maar nu is het zoo niet; ziet, de nachtelijke wind verkondigt beweging en de sterren des hemels profeteeren het licht. De nacht in de natuur is wat de dood is in de hand des levenden Gods: eigenlijk geen dood, maar een terugtrekken der levenskracht die tot nieuwe formatiën zich bereidt. Het licht keert weder en daarmede ontluikt de natuur. Dat de duisternis wijkt, blijkt uit hare verdubbelde kracht: zij trekt zich terug. Een oogenblik wordt de koude feller, de nachtwind scherper, maar dat oogenblik is liet aanbreken van den dageraad, het is de morgenkoelte en de wind des daags. En nu worden de lijnen zichtbaar, hemel en aarde scheiden zich weder; als een rijke en sclioone en onmetelijke schilderij strekt zich de schepping uit, tot nieuw leven ontwaken dier en mensch.

Welnu.. . „Waar is de wet/ waar het licht woont? en de duisternis, waar is hare plaats?.... Waar is de toeg waar liet licht verdeeld wordt en de oostenwind zich verstrooit op de aarde? (Job XXXVIII : 19, 24). Het licht heeft geen weg, zal u de materialist zeggen, het standpunt des heidendoms, dat nog zwevende was tusschen geest en natuur en niet wist of het licht kleed of wezen was, voltooiende; het licht heeft geen weg, het komt, men weet niet hoe, het gaat, men weet niet waarheen. Neen, zegt de israelitische profeet en met hem de christen: liet komt van Hem die het gezonden heeft en zijn weg gebaand, van Hem, die gezegd heeft: daar zij licht; niet het licht is God, maar: God is licht.

Met hem de Christen. Maar wat is liet, dat ons beweegt

Sluiten