Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om die israel itische, die profetische levensbeschouwing over te nemen, met Israels profeten te gelooven aan een God, Schepper van hemel en aarde, aan een God, die zich met het Jicht bedekt als met een kleed en die den hemel uitstrekt als een gordijn (Ps. L1V)? Is liet alleen de onmiskenbare schoonheid en verhevenheid dier wereldbeschouwing? Neen, wie den bijbel alleen lief heeft en prijst, omdat hij de schoonste poëzie bevat, begrijpt den ernst dier poëzie niet en is met hart en geweten even ver van den inhoud des bijbels verwijderd als hij er met zijn verbeelding in verdoold is. Neen, de ervaringen des levens zijn te ernstig en de heerschappij des doods is te machtig, dan dat schoone voorstellingen ons zouden kunnen vertroosten en bevredigen. Ziet, weldadig is het licht en het leven is zoet; maar wat is ons levenslicht anders dan een wanhopige strijd tegen de duisternis des doods? Uit den donkeren schoot deiaarde komen wij, en daarheen keeren wij weder. Wat is ons leven anders dan eene poging 0111 te leven, een haken, een verlangen en zich uitstrekken naar liet leven? Maar ach, onze arm is te kort om het te bereiken; wij putten ons uit, wij matten ons af; ons streven zelf is ons sterven. Onze geest is verdorven, onze dagen worden uitgebluscht, en de graven zijn voor ons (Job XVII: 1). ,Indien de mensch vele jaren leeft en verblijdt zich in die alle, zoo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen vele zijn; en al wat gekomen is, is ijdellicid,'" zoo spreekt een wijze in Israel (Pred. XI : 8). Is het niet waar, dat deze stem der wijsheid voel juister schijnt te spreken dan de hoogheerlijke poëzie der profeten? Dit is het onderscheid tusschen de wijsheid in Israel en den geest der profetie, vertegenwoordigd de eerste in de salomonische, de laatste in de profetische boeken, dat de eerste ons de werkelijkheid des levens toont, de andere de eeuwige ideale waarheid. Men zoude het, naar hedendaagschen trant, kunnen noemen de wijsbegeerte der ervaring en die der bespiegeling. Maar wij vragen: wat is het eind uwer ervaring 0 wijzen? Wat, 0 profeten, de grond uwer bespiegeling? Gij,-som-

Sluiten