Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bere Prediker, gij zegt toch dat het eind van uwe redeneering is: Vrees God en houd Zijne geboden. Waarom spreekt gij alzoo? En gij, triomfeerende profeet die mij het eeuwige Godsrijk doet aanschouwen als licht en heerlijkheid, gij ziet uwen God toch niet anders dan in donkerheid, wolken omgeven zijn troon, en gij begrijpt zijne wegen niet op aarde, zijn pad is in de donkerheid als gij let op de geschiedenis der wereld. Daarentegen, is het u soms gegeven in heilige geestverrukking zijne lichtgestalte te aanschouwen, dan ligt wederom de wereld voor u in het donkere; gij ziet niets meer om u heen, de hemel verbergt voor u de aarde. Waar is de verzoening van hemel en aarde? Wat recht hebben wij om te zeggen, niet: licht en duister strijden een eeuwigen strijd; maar: God is licht en in Hem is gansch geene duisternis?

Dit is de verkondiging, zegt de Apostel des N. Verbonds, dat God Jicht is en dat in Hem gansch geene duisternis is. Niet op gezag van de profetenstemmen in Israël, hoe heerlijk en hoog verheven zij ook zijn, zegt hij dit; neen, hij verkondigt wat hij zelf gehoord en gezien en aanschouwd en getast heeft van het woord des levens, want het leven is geopenbaard. Hij heeft het gezien dat God licht is en geene duisternis in Hem: enkel leven, dat niets van den dood der wereld, — in welken zin gij ook het woord dood neemt, als natuurlijke, als geestelijke, oneigenaardig alzoo genoemd, altijd als ellende, onmacht, gebrek, ontbinding, dat niets daarvan tot God behoort. Hoe heeft hij het gezien? at doet hem zeggen dat juist dit de verkondiging, de eigenaardig apostolische verkondiging is, het evangelie des koninklijks? Wat? Niet, dat er een mensch uit de dooden is opgestaan. Dit is gevolg, vrucht, maar geenszins beginsel en kiem; want, al ware hij ook uit de dooden opgestaan, gesteld de mogelijkheid en denkbaarheid daarvan, maar hij had den dood niet inwendig overwonnen, dat wat dood tot dood maakt, het zwichten van den geest voor de natuur, de versaagdheid, het ongeloof hetwelk onmacht is, hij zoude niet zijn wat hij is, de overwinnaar van den dood, het leven, het licht der wereld. Neen, maar dat er een mensch is

Sluiten