Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Reeds dit is vertroostend en verkwikkend te midden der stormen des levens en als het nacht is om ons heen: de oogen ten hemel te kunnen heffen en te kunnen aanbidden, alzoo te kunnen spreken: „O God, Gij zijt groot en wij begrijpen u niet, ondoorgrondelijk zijn uwe wegen en in de diepte verborgen uwe paden; maar Gij zelf, Gij zijt niets dan licht; ons lijden en onze strijd raken niet tot U, onze dood sterft in U; al moest het gansch heelal bezwijken, Gij leeft, Gij leeft in eeuwigheid!"

Maar toch, hoe zwak is die troost, hoe ras verdwijnt die verkwikking! Onze vleugelen zijn te zwak om ons ten hemel op te voeren; onze oogen te duister om optezien tot liet eeuwige licht. Hoe weldadig is de zon, dat zij hare stralen zendt op de aarde, dat men haar licht niet behoeft te rooven van den hemel, dat het nederdaalt in duizend afgeleide beeken door de kanalen der lucht, oneindig sneller en volkomener dan de nederstortende bergstroomen. Het licht, dringt het niet tot alles door? Is het niet onwederstaanbaar in zijne werking? Het laat zich leiden, binden, uitbreiden, maar niet vernietigen of ook maar bezoedelen; waar het komt daar is het licht; en het is aan de natuur der zon ontleend wat een heilige schrijver van God getuigt: Bij uw licht zien tvij lwt licht.

Ja, het licht verspreidt zich over alle voorwerpen. Dit is eene tweede eigenschap: licht is zinnebeeld van waarheid, want, zonder de natuur der voorwerpen waarop het valt, aantenemen, doet het ze kennen in hun eigene natuur.

God is licht en in Hem is geene duisternis. Ziet, daar staat eene duistere wereld tegen Hem over, een woest en ledig dat in zich zelf geen licht heeft. Dit woest en ledig is niet de natuur, het is uw verduisterd hart, o mensch, uw hart gebannen in den toovercirkel van begeerlijkheid en vrees, van lust en angst. Gij kent den weg des lichts niet, maar kent gij uw eigen weg?

Sluiten