Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wulpsche Idumeër op den troon als de onverschillige Romein op zijnen rechterstoel konden zich onttrekken aan de macht van haar beeld. En de discipelen der wijsheid, ziet zij waren, ja, wel vele armen en lijdenden, — daartoe behooren ook de meeste mensehen, — maar toch bevonden zij zich ook aan het hof van Herodes en in den raad der schriftgeleerden en ouderlingen en overpriesteren. Daar ontstaat door hare verschijning eene nieuwe rangschikking in de menschheid, en deze wordt de hoogste die alle andere beheerscht, eene rangschikking in twee klassen, die, ja, wel onzichtbaar blijft voor de oogen der wereld, en alleen zichtbaar voor de oogen der wijsheid zelve die van boven is, maar die niettemin zich alomme in hare werkingen openbaart. Daar ontstaat een volk Gods, eene school der discipelen die de wijsheid hooren en volgen; en die kinderen der wijsheid zijn één in hunne verstrooiing, en hunne eenheid wordt openbaar in de eenheid deiwereld die hen bestrijdt. Daar is eene heirmacht des hemels, eene gemeente des levenden Gods, kenbaar aan het kruis dat zij draagt, eene gemeente, die altijd is als stervende en toch zij leeft, altijd als getuchtigd en toch zij is niet gedood, als droevig en toch altijd blijde, als arm en toch velen rijk makende, als niets hebbende en nochtans alles bezittende (2 Cor. VI: 9, 10).

Zij wordt erkend aan haar kruis. De dood nu openbaart de verborgene dingen des harten. De wijsheid die van boven is, is aan het kruis van Christus gebleken ongeveinsd te zijn. Het kruis van Christus, wat was liet naar de wereld anders dan een volstrekte nederlaag, het bewijs dat de opoffering van dat leven tevergeefs geweest was, dat de wijsheid die van boven is hier beneden geen wortel kan schieten? Het kruis van Christus, wat was het dan de uitgesprokene, schijnbaar onherstelbare breuk tusschen hem en de wereld, de triomf van die wijsheid die aardsch is, natuurlijk en duivelsch, die nijd en twistgierigheid baart, vericarring en allen boozen handel, de triomf van eene maatschappij, die den band van Gods wet verscheurt, van eene kerk van priesters die den Geest des levenden Gods verwerpt? Wat was er van het

Sluiten