Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner vaderen vergat en de afgoden begon te dienen, Abraham werd uitverkoren te midden van zijne afvallige broederen; zooals, toen Israels eerste koning den levenden God verliet en bet volk verstrooid was als eene kudde zonder herder, de Heer een man zocht naar zijn hart om zijn volk Israël te weiden en dien vond in Isaï's jongsten zoon; zoo ook thans. Weldra zal door des Doopers vurige stem de ban des Heeren worden uitgesproken over het gansche volk, maar eer nog het gansche volk tot bekeering geroepen wordt door zijnen dienst is bet eeuwige verbond Gods als verzegeld in het hart van Maria: zij heeft genade gevonden in de oogen des Heeren.

En welke genade? Wat werkt des Heeren woord en Geest bij haar uit? AVaarin is zij gezegend onder (die vrouwen en wordt zij tot een zegen voor allen ? Niet in zich zelve, maar door de vrucht van haar schoot, omdat zij moeder zal worden van hem, die tot zegen zal zijn voor allen, van den hooggezegende, moeder van den Messias. Daarom kan zij de zaligspreking aannemen. Moeder zal zij worden van eenen Zoon, en aan dien zoon zal zij, niet alleen om bet thans ontvangen bevel — in dien vorm wordt het niet gegeven maar gedreven door het profetisch instinct van het moederhart, den liefelijksten naam geven dien Israël kent, den naam van Jozita of Jezus, Verlosser. Die zoon, in hare nederigheid geboren en dragende de smaadheid van baar geslacht, zal niettemin groot zijn, en weigert men hem den aardschen koningstitel waarop hij recht heeft, hooger en heerlijker zal zijn naam zijn in hemel en op aarde: Zoon des Allerhoogsten zal hij genaamd worden. De eeretitel dien Israël droeg, maar waaraan Israël niet beantwoordde, zal in hem tot eene werkelijkheid worden. De roeping van Israël om Gods beeld te dragen op aarde, zal in en door hem bereikt worden op aarde: Zoon des Allerhoogsten zal hij genaamd worden.

Geen koninklijke wieg zal hem ontvangen, geene feestdagen zullen worden uitgeschreven bij zijne geboorte; zijn volk zal niet juichen om den geboren vorstenzoon, maar God de Heer zelf zal hem niettemin den troon geven van zijnen vader David en hij III. 4

Sluiten