Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke geboorte was niet gesproken, noch was de eisch gesteld om den band te verbreken die haar aan haren bruidegom verbond. Kon het woord des engels niet beteekenen dat haar aanstaande echt met Jozef dezen uitstekenden zegen zou ontvangen? Was hij in de oogen zijner bruid dien zegen minder waardig dan zij zelve, en was ook hij geen Davidszoon? Wat verklaart dan de verwonderde vraag van Maria: „Hoe zal dat wezen, demjl ik geenen man bekenne ?"

Die vraag verklaart zich uit de heilige stemming waarin thans Maria verkeert. De natuurlijke fijnheid van het vrouwelijk gevoel, die wij ons bij haar als in de hoogste mate reeds van nature aanwezig denken moeten, is thans, onder den invloed dien zij ondervindt van de verschijning en het woord des engels, tot de hoogste ontwikkeling gerijpt. Zij gevoelt, zonder dat zij zich de reden daarvan bewust is of bewust kan zijn, of dat die zich ook onder woorden zou kunnen laten brengen, dat hare betrekking tot Jozef, hoe heilig ook, en hare maatschappelijke roeping om zijne gezellin te zijn, hoe eerlijk ook, de voorwaarden mist, die tot deze geboorte vereischt worden. Het woord des engels duidt, in al zijne slechts aanduidende donkerheid, op iets zoo verhevens, zoo eenigs, zoo heerlijks, dat zij niet denken kan dat hier ook zelfs de geboorte van eenen Godsgezant op natuurlijken weg wordt bedoeld. Vandaar haar geloovige, zoekende en biddende vraag: „Hoe zal dat wezen dewijl ik geenen man bekenne f'

Deze vraag, die toont hoe diep liet hemelsche woord in haar gemoed was ingegaan, is tevens het teekon dat zij thans in staat is om de nadere verklaring der raadselachtige belofte te ontvangen. Immer dieper voren snijdt het woord Gods in hare ziel, en hoe ontvankelijker zij wordt om dat woord in al zijne diepten te ontvangen en in zich op te nemen, des te vatbaarder wordt zij om de scheppende kracht van dat woord te ondervinden. Haar geloof doet haar rijpen tot moeder; want dit is de groote geheimenis, in haar het eerst vervuld: de geest Gods in de oude schepping de nieuwe werkende; de nieuwe mensch, de tweede Adam,

Sluiten