Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste behoorden geworteld te zijn, om in hunnen omvang, hunne grenzen, hunne toepassingen te worden erkend, zij eenvoudig gesteld zijn in de plaats van het recht Gods, zoodat het mede eene bijna algemeen aangenomen stelling is geworden der openbare meening, dat er niet te gelijk van goddelijk recht en van rechten van den mensch kan worden gesproken ? Met welk gevolg ? Het ligt voor oogen; de geschiedenis van iederen dag predikt het luide. Er is geen volkenrecht meer behalve in de boeken der geleerden; het is niet alleen praktijk maar theorie geworden, dat verbonden alleen geldig zijn zoo lang men het goed vindt, en dat eeden slechts wijden wat op den dag van heden is geschied, maar niet binden voor den dag van morgen. Wat blijft er over, waar geen heilige band de aardsche maatschappij meer bindt aan de hemelsche, wat anders dan het recht van den sterkste, de ijzeren vuist, te vergeefs met bloemen getooid, de ijzeren vuist des gewelds?

De verbreking der heiligste banden die volkeren aan volkeren verbinden, kan niet nalaten terug te werken op de burgerlijke maatschappij. Waar de eerbied voor vorsten en machtigen verdwijnt, daar is ook geen vertrouwen meer op eenig gezag. In de duizend verhoudingen van meerderheid en minderheid, waarin de menschen onder elkander verkeeren, is vertrouwen noodig, vertrouwen van de meerderen op de minderen, van de minderen op de meerderen, vertrouwen op de heiligheid van aangegane verbintenissen, vertrouwen op het ingeschapen beginsel van vreeze Gods waaruit de eed is ontsproten. Zonder dat vertrouwen is geene maatschappij denkbaar. Welnu, is dat vertrouwen nog de ziel der maatschappij ? Ik wil geen al te donker tafereel schetsen : bestond dat vertrouwen volstrekt niet meer er zoude geen maatschappij meer aanwezig zijn, wij verkeerden in barbaarschheid. Maar toch vrees ik niet te veel te zeggen als ik beweer dat de grondslagen der maatschappij langzaam maar zeker ondermijnd worden, wanneer alle onderscheidingen meer en meer dreigen zich op te lossen in deze ééne: armen en rijken; wanneer geldelijk vermogen

Sluiten