Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbaringen der voorbereidende en trekkende genade Gods. Heide zijn in het profetisch woord van Israël, ja, in het gansche Israëlitische volksbestaan dat als ééne aanhoudende profetie is, als belichaamd geworden. De wet. in de ruimste beteekenis van dat woord, is de tuchtmeester tot Christus. Maar ook de heidenen hebben die wet, geschreven in hunne conscientiën. Haar laatste woord is de behoefte die zij wekt aan een nieuw leven. Het is de openbaring der noodzakelijkheid eener nieuwe geboorte om het koninkrijk Gods te zien, maar ook — want immers spreekt ons het geweten van een levenden God — die harer mogelijkheid. Hoort men deze stemmen niet, gelooft men deze aardsche dingen niet, nimmer zal men de hemelsche verstaan, /onder ontvankelijkheid des harten geene mededeeling van hooger leven. De Zoon des menschen die uit den hemel is, openbaart zich alleen aan hen die naar den hemel verlangen.

Behoort gij tot dezulken ? Verlangt gij naar aen nemei, u. 1. begeert gij te verstaan de dingen des hemels?

Ik zoude u ook kunnen vragen: verstaat gij reeds de dingen des hemels. Niet meer van leeraren Israels wordt gij geleerd, maar uw leeraar is de H. Geest. Heeft hij u reeds geleerd wat de Heer thans aan Nicodemus gaat openbaren?

Wellicht beleidt gij deze dingen, spreekt gij ze na; maar dit is geen verstaan. Ze aan te nemen op gezag brengt u nooit tot de belijdenis des harten, tot de getuigenis van hetgeen gij weet en gezien hebt.

Maar zoo gij begeert te weten en te zien, o, ziet op Nicodemus en doet wat hij gedaan heeft. Als hij alzoo verootmoedigd is en al de hoogten van zijn hart ziet nedergeworpen, dan blijft hij toch zitten aan de voeten van Jezus en verneemt de dingen des hemels, hoort ze zwijgende aan en bewaart ze in zijn hart. Gij ook alzoo: Zet u neder aan de voeten van Jezus en laat u

Sluiten