Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebrek. Naast den jeruzalemschen tempel verrees de opperzaal der Galileërs. Naast den tempel der christenheid verrijzen straks de opperzalen der protestanten. Is de christelijke kerk uit eene opperzale ontstaan, evenzoo het Protestantisme. Maar de opperzaal wordt weder een tempel. Iedere geestelijke opwekking verliest in het tweede en derde geslacht iets van hare geestelijkheid. De versteening wordt ergens zichtbaar, en nieuwe opperzalen verrijzen. Het is heden ten dage voor niemand een geheim meer, het is geen plaatselijk verschijnsel, het is het eigenaardig karakter van liet kerkelijk leven in onzen tijd, dat men alomme opperzalen zoekt. Het zijn de voorteekenen van eenen nieuwen tijd, van eene openbaring des geestes.

Maar wat deden nu de eerste discipelen, wat moeten ook wij doen? Verlieten zij den tempel? Neen, zij kwamen op met hunne volksgenooten en namen deel aan morgen- en avondoffer. En lioevele redenen hadden zij niet dien te verlaten, redenen die nimmer in die mate bestaan hebben, thans allerminst. Was het voorhangsel niet gescheurd? Was het heilige der heiligen niet ontheiligd? Toch gaan zij op in den tempel en weldra nemen zij deel aan het israëlitische pinksterfeest, zij vieren mede het feest der stichting van het O. Verbond, terwijl zij toch wisten dat er een Nieuw gesticht was. Welnu, wat is er geschied op dien pinksterdag, en waar is het geschied? Gij weet het: op den pinksterdag is de H. Geest uitgestort, uitgestort niet in de opperzaal maar in den tempel; uitgestort alzoo, dat daar al het volk kon toestroomen om te vernemen de dingen die geschied waren en om geroepen te worden tot bekeering en tot het ontvangen van den H. Geest. Aldaar groeien de honderd-twintig aan tot drie duizend.

Zoo zij de opperzaal niet tegenover maar naast den tempel en tot zegen voor den tempel. Dat ik mij duidelijker uitdrukke. Het is Gods wijze en liefderijke ordening dat hier op aarde alles geschiede niet in scherpe tegenstellingen maar in geleidelijke overgangen. Eerst wanneer het goede gerijpt zal zijn in de kinderen des koninkrijks, en wanneer in de wederspannigen, eerst

Sluiten