Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Griekenlands blauwen hemel, even rijk ontwikkeld als de weelderige plantengroei hunner gewesten. En deze man vermeet zich lessen van geschied- en aardrijkskunde te geven aan die beschaafden! De discipel van Gamaliël den Farizeër zal die discipelen van Sokrates leeren over de verordende tijden en de bepalingen der woningen der menschen! Wat heeft hij buiten zijne Synagoge te doen? Of liever: waartoe verlaat hij niet ijlings deze Minervastad, ondragelijk voor den Jeruzalemschen pelgrim?

Dat hij de stad niet ijlings ontvlucht, dat hij zich niet opsluit in hare synagoge, dat hij alle dagen handelde op de markt met degenen die hem voorkwamen, dat hij niet weigert welhaast op Athene's heiligen heuvel te verschijnen en in het aangezicht van Athene's wijzen zijnen God te verkondigen, is in elk geval een teeken; en dit is het eerste wat wij in hem wenschten te hebben opgemerkt; van stalen vastheid van overtuiging, van vurig geloof, van doortastenden ijver. Hij heeft een God te verkondigen aan die wijzen en verstandigen, aan die beschaafden en welbespraakten, een God dien zij niet hebben, een God die hem meer waard is dan al hun wetenschap en kunst, een God dien hij voor al hunne wijsheid niet zou willen inruilen. Daarover is zijn geest ontstoken, dat zij met al hunne godsdiensten dien God niet hebben. Hij ijvert voor hen met een brandenden ijver en wenscht hun dien God te geven. Is het dan niet eerbiedwaardig dat zijn geest ontstoken wordt? Hoe vele christenen wandelen thans onder erger dan atheensch heidendom in onze groote steden en lustoorden, zonder dat ontstoken zijn des geestes te kennen. Hoe velen zien de paleizen der kunst en der lust oprijzen, schatten besteed aan de uitgezochtste weelde en liet vertijnste zingenot, zonder een ooite hebben voor den angstkreet der twijfeling die uit den boezem der genotzuchtige beschaafden oprijst. Hoe velen zien in de uitgelatene woestheid die op gegeven tijden en plaatsen wekelijks of jaarlijks terugkeert in onze steden en dorpen, in die meer dan heidensche uitspattingen waaraan zicli een zoogenaamd christelijk volk overgeeft, niets anders dan gebrek aan ontwikkeling, aan

Sluiten