Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet onbarmhartig hebben opengereten, zoo hij geene genezing had aan te brengen. God dun, zoo luidt het derde deel zijner rede, het troostend slotwoord nadat hij Gods majesteit en 's menschen bestemming en val had gepredikt, God dan de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu uilen menschen alom dat zij zich bekeeren; daarom dat hij een dag gesteld heeft op welken hij den aardbodem rechtvaardig zal oordeclen, door eenen man dien hij daartoe verordend heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl hij hem uit de dooden heeft opgewekt. Dit is de eerste eisch: bekeering d. w. z. het naast en het meest: inkeer in zich zeiven, verzinking in eigen hart, overpeinzing van eigen weg, zich aftrekken van de dingen die buiten zijn, ja ook, o mannen van Athene, van uwe schoone grieksche wereld, uwe kunst, uwe wijsbegeerte, uwe welsprekendheid, uwe tempels en altaren, uwe scholen en spelen, geheel uw openbaar leven, om te hooren naar de Godsstem binnen in u; en dan, wat gij in u zeiven niet gevonden hebt gij zult het vinden buiten u, God in den mensch en den mensch in God, gij zult den Godmensch vinden. De menschelijke natuur die gij vergoodt behoeft gij niet te verzaken om God te vinden. Geen stomme beelden meer der godheid, hoe schoon ook, zult gij vinden om te vereeren, maar het levende, den man, den man die uit de dooden is opgewekt; geen noodlot dat de geschiedenis beheerscht, maar het rechtvaardig oordeel Gods in den man die uit de dooden is opgewekt; geene oppermachtige natuur die den geest dient, in den man die uit de dooden is opgewekt. Die man wordt u verkondigd; nu dan bekeert u tot hem, de dag des heils is gekomen en die dag des heils is een dag des oordeels.

Voorwaar, de Apostel des christendoms reikt aan de heidensche beschaving de reddende hand; wat in die beschaving waar is wordt in de apostolische verkondiging van Jezus, den uit de dooden verrezene, teruggevonden en behouden. Heeft die beschaving de ïeddende hand aangenomen? Wij staan bij die vraag nog eenige oogenblikken stil.

Sluiten