Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd zegt de dwaasheid des evangelies. Acht het voor louter vreugde, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.

II.

Acht het voor eene vreugde. Waarlijk geene stoïsche ongevoeligheid wordt ons hier gepredikt en het is niet tot onzen hoogmoed dat zich deze apostolische vermaning wendt. Het is niet: stel u boven den tijd, trotseer hem niet zijne aanvechtingen: gij zijt te groot voor dezen tijd. Die alzoo spreken zijn reeds gevallen aan een der beide zijden.

Neen, niet de verzoekingen te trotseeren, het pijnlijke daarvan te verbloemen, de smart der scheuring in eigen hart af te wijzen; niet daarin bestaat de vreugde.

Maar in die smart zelve vreugde te gevoelen: dat is de eisch. Alleen het evangelie lost dit raadsel op en predikt deze ongerijmdheid dat men in liet diepste der smart kan juichen en onderliggende kan triomfeeren. Een vuur ben ik komen ontsteken op de aarde, zegt de Heer weemoedig, en toch wenscht hij vurig dat het brande. In Gethsemané is hij als een worm kruipende ter aarde, en toch werpt hij zijne vijanden ter neder.

Verzoeking is lijden, verzoeking is zulk een vuur, een vuuroven; maar de vuuroven loutert: verzoeking is beproeving. Als verzoeking is zij den Satan, maar de verzoeking des Satans is beproeving van God

Beproeving! Wat moet er beproefd worden in ons? Ach, indien er eens niets in ons te beproeven viel. Indien wij eens waren niets dan kaf, stroo dat door het vuur verbrandt? Helaas, dat er zulke mensclien zijn! Er zijn menschen lichtvaardig als kaf, gedragen en weggevoerd door den wind der openbare meening. Zij vinden niets eeuwigs in den tijd. Zij leven zoo als iedere dag liet medebrengt en hun gezichteinder gaat niet verder dan

Sluiten