Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstak en den apostel der besnijdenis, dien zij liefst naar zijnen hebreeuwschen naam Cephas noemden, voorop stelde. In hoeverre Petrus zelf door brieven van zijne hand aanleiding had gegeven dat men hem naast, ja boven Paulus en Apollos zocht te plaatsen, laten wij thans aan zijne plaats. Hij zelf was niet te Corinthe geweest; het was dus geen persoonlijke invloed maar alleen het gezag van zijn naam dat men deed gelden. Zeker was het van zijne zijde; zijne brieven geven daarvan genoegzaam getuigenis; niet in een geest van zelfverheffing noch van tegenstand tegen Paulus. Genoeg: de naam van Cephas vertegenwoordigde te Corinthe niet zoo zeer eene persoonlijkheid, zoo als die van Paulus en Apollos, als veeleer eene richting, die der joodsche overlevering. Die naam was gehuld in den glans die de israelitische oudheid, voornamelijk Jerusalem de moedergemeente omgaf. Dit was bedenkelijk en kon licht aanleiding geven, zooals bij sommigen geschiedde, tot verkleining van de gaven Gods in de heiden-apostelen. Er was hier meer dan eene tegenstelling van personen, er was eene tegenstelling van beginselen: aan de eene zijde het recht der persoonlijkheid, aan de andere het recht der overlevering.

Aanvankelijk evenwel schijnt in dat voorop stellen van den naam van Cephas geen groot gevaar voor het gemeenteleven geweest te zijn. Immers de toon, dien de apostel Paulus tegen de joodsch-christelijke partij aanslaat in deze brieven, vooral in den eersten; want in den tweeden is die reeds levendiger; is op verre na niet zoo snijdend als die welken wij tegen dezelfde partij in den brief aan de Galatiërs aangeslagen vinden. Het gemeenteleven was te machtig om reeds terstond in doodende partijschappen te kunnen ontaarden. Nog kwam men samen in dezelfde vergaderingen en nam deel aan hetzelfde brood en denzelfden beker der dankzegging. Ja, zelfs het bespreken van een derden naam, licht een derde standpunt, kon heilzaam werken, en werkte waarschijnlijk heilzaam, door te verhinderen dat de eerste als partijnamen beschouwd werden. De corinthische gemeente was te rijk begaafd om ook het recht van een derde persoonlijkheid niet te erkennen.

Sluiten