Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij deed met hem wat zij met Paulns en Apollos gedaan had; zij beschouwde hem mede als een dienaar van Jezus Christus en erkende de veelvuldige genade Gods in de verscheidenheid zijner gaven.

Tot zoo verre is alles goed en rechtmatig; de Geest Gods wordt niet alleen niet bedroefd, maar integendeel openbaart zijne heerlijkheid, wanneer zijne organen, ieder op zijne plaats en in zijne mate, geschat en geëerd worden; en groot zoude de lof der corinthische gemeente geweest zijn indien zij volhard had op dat echt-paulinische, laat mij liever zeggen christelijke standpunt van het erkennen van liet recht der persoonlijkheid in de gemeenschap des H. Geestes.

Doch — behoef ik het u te zeggen? — nauwelijks wordt eene roeping verstaan en erkend, of het gevaar is aanwezig van daarvan af te wijken in tegenovergestelden zin als dien, waartegen die roeping aanvankelijk gekant is. De heidensch-christelijke gemeente had tegenover de joodsch-christelijke het recht der persoonlijkheid te handhaven; doch dit doende kon zij licht ontaarden tot zulk eene verheffing van dit recht, dat daarmede de eenheid in Christus te loor ging en dat aan de souvereiniteit en algenoegzaamheid van den Heer der gemeente te kort werd gedaan. In één woord, partijschap ontstaat licht uit vurigheid en levendigheid van geest; partijschap ontstond in de bewegelijke, licht ontvlambare, rijk begaafde gemoederen der corinthische gemeente.

Partijschap! Wat werkt doodender voor het geestelijk leven dan partijschap ? Wat verblindt het verstand en verstompt het hart meer dan dit? Het oog afgewend van den Eenen die alles is in allen, gewent zich om niets te zien huiten het voorwerp van zijne uitsluitende liefde en afgodischen dienst, het zij dit voorwerp dan zij een mensch of eene inrichting, hetgeen ook mogelijk is. Wat daar buiten ligt is als niet bestaande. In dit ééne voorwerp worden alle volmaaktheden gedacht en geene gebreken gezien; daar buiten ligt alles in het duister. Maar ach, het oog door partijschap verblind is zelf in het duister en ziet niets. En de duisternis is koud. De partijman heeft slechts hart voor het voor-

Sluiten