Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle dingen verdraagt. Dat is mogelijk. Uw meester heeft liet getoond en geleerd: hij heeft niet gewanhoopt aan eene wereld die hem kruisigde en is gestorven met den triomfkreet liet is volh-acht, terwijl behalve den medekruiseling die met hem stierf geene enkele ziel zijn naam beleed. Zoekt gij nu al het geloof te bewaren en de liefde, gij wordt in dit uw streven vaak bespot of vervolgd. Gij ondervindt tegenkantingen van allerlei aard, in uwen werkkring, in huis of maatschappij, van vrienden of vreemden. Te midden van den onwil of den tegenstand der menschen, terwijl kleingeestigheid en oppervakkigheid als eene stekelige heg om u vormen aan beide zijden, moet gij uwen weg bewandelen met blijdschap, u verheugen te allen tijde. Dat is mogelijk: uw meester heeft het u getoond en geleerd. Onder de oogen der spionnen, te midden der hinderlagen van schriftgeleerden en Farizeën verheugde hij zich in den geest over de kleinen, aan wie de geheimnissen van het koninkrijk der hemelen geopenbaard werden, en in den nacht waarin hij werd overgeleverd, juichte hij gezeten aan den feestdisch met de zijnen over zijne heerlijkheid die geopenbaard stond te worden. Wat zal ik meer noemen? Groot en verheven is uwe taak, o Christen, heerlijk uwe roeping, af te leggen de ongerechtigheid en aan te doen de gerechtigheid, al het kleine, het lage, het onedele, het dierlijke van uw natuur af te leggen, aan te doen de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, der goedertierenheid, der ootmoedigheid, der zachtmoedigheid, der langmoedigheid (Kol. III : 12), te bedenken al wat waarachtig is, wat eerlijk is, wat wel luidt, zoo er eenige deugd is, en zoo er eenige lof is. (Filipp. IV : 8). Die roeping omvat eene eeuwigheid; in die roeping voltooit zich het werk van Christus ; door het volgen van die roeping wordt zijn koninkrijk gevestigd op aarde. Welnu, mijn broeder, mijn zuster, ik veronderstel dat gij die roeping hebt erkend, dat gij haar najaagt, dat zij de taak en het doel van uw leven is geworden, en ik vraag u: hebt gij troost noodig? Troost over u zeiven, over uwe versaagdheid, uwe lafhartigheid, uwe ontrouw? Troost over de wereld,

Sluiten