Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit en nimmer door elkander erkend worden, dat er geen vertrouwen is der liefde, geen vertroosting in Christus door de gemeenschap des Geestes? Wat bidden wij elkander dan toe in onze bedehuizen, dat de gemeenschap des H. Geestes met ons zij ? Zijn het altemaal slechts woorden en vormen? O neen, Geliefden. Wel zullen wij niet oordeelen, niet rondzien in de vergadering deigemeente, of daar vele geloovigen en vromen aanwezig zijn, niet aan den disch des Heeren ons angstig afvragen of onze naaste, wien wij den beker der dankzegging reiken, wel in waarheid een kind Gods is. Ook hebben wij te veel met ons eigen hart te doen, dan dat wij ons met den strijd van anderen zouden bemoeien. Maar toch de Geest heeft zijne openbaring in de wereld; de gemeente wordt openbaar in haar woord en werk. Broeders: dat zijn, naar het schriftuurlijk gebruik van dit woord, strijdgenooten, medereizigers naar hetzelfde doel. Het wordt zoo spoedig erkend, laat mij liever zeggen: gevoeld, of wij hetzelfde bedoelen, of de liefde van Jezus Christus ons dringt. Die gemeenschap spreekt zich uit met een enkel woord, een enkelen blik; en vooral in de eensgezindheid waarmede hetzelfde beoogd wordt. De gemeenschap der heiligen in den arbeid der liefde. Ziet, Israël was uitverkoren ter wille der Heidenen; en dat Israël het vergeten heeft, dat het Farizeïsme in de plaats is gekomen van die heerlijke roeping, is Israëls verwerping geweest. Welnu, zoo worden ook de kinderen Gods openbaar in het gemeenschappelijke werk der liefde tot behoud van eene verlorene wereld, openbaar niet door tot elkander van elkander te spreken, maar door de handen in een te slaan om de wereld te winnen voor God en zijnen Gezalfde.

Waar ik alzoo van den troost spreek, dien het ééne opschrift van het Godsgebouw bevat voor degenen die het andere verstaan, na allereerst hen gewaarschuwd te hebben die den troost zich toeëigenen zonder de vermaning, daar kan ik ook dezulken niet zonder een woord van hier laten vertrekken, die noch den troost noch de vermaning begrijpen, voor wie de beide

Sluiten