Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bare moeder van alle vrijheden: gewetensvrijheid sluit in zich vrijheid van gedachten en van openbaring der gedachten, vrijheid van woord, gesproken en geschreven woord; vrijheid van wetenschap, vrijheid van vereeniging; ook van godsdienstige vereeniging, vrijheid van drukpers; vrijheid niet alleen voor de waarheid maar ook voor de dwaling, opdat zij door de wapenen des Geestes overwonnen worde. Want gewetensvrijheid is geen beginsel des ongeloofs maar des geloofs aan de onverwinnelijke kracht der waarheid, des geloofs mede aan den zegen der openbaarheid. J)ie de naarheid doet lomt tot liet licht: dit woord van Jezus is de leuze van het protestantisme. Heb ik geen recht te beweren, dat wij Nederlanders, wij, de eenige staat van Europa die aan de hervorming zijn zelfstandig volksbestaan te danken heeft, de vrijheid niet behoefden te leeren van het revolutionaire Frankrijk der achttiende eeuw, van dat land dat het protestantisme had verworpen en nu tegen het drukkende juk van bijgeloof en priesterheerschappij geen anderen steun vond dan in de dweepzieke koorts van het ongeloof? Neen, de vrijheid zat ons in merg en been, zij was met ons groot geworden en wij waren door haar groot geworden, wij protestansche staat, wij, Nederlanders der zestiende en zeventiende eeuw.

Maar wat was het dan, dat onze vaderen der achttiende zoo deed luisteren naar de bedriegelijke beloften der revolutiemannen van Frankrijk, zoo deed hunkeren naar de gaven van een volk, waarvan hunne eigene geschiedenis hen had moeten leeren de belofte te wantrouwen, en daarop het woord des ouden dichters toe te passen: Ik vrees de Danaërs ook als zij gaven brengen ? Ach, die hen oordeelt is de Heer; zeker was er verblinding, de graad van schuld in die verblinding is Gode alleen bekend; maar wij, hunne nazaten, mogen dit tot hunne verontschuldiging inbrengen, dat het maatschappelijk beginsel van het protestantisme zoo niet gesmoord althans in zijne ontwikkeling gestremd was geworden van den aanvang af. Wij kunnen het voorzeker begrijpen, en wij mogen er de leiding der voorzienigheid evenmin in miskennen als wij die miskennen in het heilzaam gezag dat de roomsche stoel

Sluiten