Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herfstzon ons vriendelijk toe, — en wie het kinderachtig moge vinden ook hierin een teeken ten goede te zien, niet de Christen, aan wien de natuurwetenschap nog niet het kinderlijk gebed verleerd en het geloot' aan een persoonlijken God ontroofd heeft — niet alleen, wat meer zegt, was hier en elders de toon en stemming der feestvierende menigte over het algemeen in overeenstemming met het feest zelf, en werd door de leuze Nederland en Oranje als door eene heilige leuze de uitbarsting der woeste hartstochten bezworen, die helaas, zoo menigmaal onze volksfeesten — wie denkt hier niet met smart aan de heidensche woestheid onzer jaarmarkten ? — ontsiert. Maar ook, en hiervan mogen wij onder Gods zegen blijvende vrucht verwachten voor het dierbaar vaderland, de heilige beteekenis dier leuze is meer dan ooit gevoeld, uitgesproken, in het licht gesteld. De band van Oranje en Nederland is bevestigd en vaster dan ooit gelegd, niet uit kracht van eenig wijsgeerig stelsel, van een op afgetrokKene en onhistorische bespiegelingen gebouwd staatsverdrag, maar uit kracht van Nederlands verleden, van Nederlands geschiedenis, dat is in naam van dien God, die de geschiedenis leidt en met het oog op Hem. Niet als kruipende onderdanen heeft het volk dezer landen zich voor den troon zijns vorsten geschaard om valsche vleitaal te doen hooren of om koninklijke gunst te bedelen, maar uit vrije beweging heeft het de Oranjebanier hoog opgeheven en ondubbelzinnig te verstaan gegeven van welke edele goederen en nationale voorrechten het die banier het teeken en het onderpand achtte. Een welsprekende, u wel bekende mond is van die chnstelijk-nationale gevoelens de tolk geweest, en Nederlands koning heeft met het hart van een Oranjevorst diepgevoelde en ootmoedige woorden van dankbaarheid en liefde tot zijn volk gesproken. Voorwaar, wij hebben reden, ziende op de afgeloopen dagen, God te danken en te roemen in zijne gunst. Wij hebben het te meer, als wij, — het zij niet met onchristelijke en tevens dwaze zelfverheffing maar met diepen weemoed gezegd, — als wij het oog slaan naar onze ooste-

Sluiten