Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des levens. Aan zulke christenen heeft het vaderland behoefte, zij redden het in den nood; zij zijn de rechtvaardigen, om wier wille God en stad en land spaart. Ik zeg het met diepen weemoed: het komt mij vaak voor, dat, naarmate eene, hoe zal ik ze noemen? gejaagde, bewegelijke en vooral woordenrijke godsdienstigheid toeneemt, de ware godsvrucht afneemt. Er ontstaat ik weet niet welke kerkelijke, of, wilt gij, onkerkelijke maar vrome wereld, waaruit ja wel angstvallig wordt afgesneden al wat niet tot dien kring van gedachten behoort, maar waarin overigens al de gebreken der wereld, kwaadsprekendheid, jaloerschheid, kleingeestigheid, partijzucht, hoovaardij ruim spel hebben. Maar ik wil niet verder voortgaan; het zij genoeg den vinger op de wond gelegd te hebben. Verwerpt dan mijne woorden niet, al heb ik u ook zeer gedaan. Gij, belijders van Jezus' naam, doet uwen Meester de smaadheid niet aan, als of Hij geene andere discipelen wist te vormen dan die onbruikbaar zijn voor de menschelijke maatschappij, hare belangen, hare werkzaamheden, haar streven. Hebt vooral dit medelijden met de zielen die uwen schat nog niet bezitten, dat gij ze niet afschrikt en afstoot, in plaats van ze aan te trekken en haar uwen toestand begeerlijk te maken. Hebt ook gij uw vaderland lief en bedenkt, dat op u mede de verantwoordelijkheid rust van zijne toekomst.

Gij allen, Nederlanders, Nederlandsche Christenen, Nederlandsche Hervormden, gevoelt uwe verantwoordelijkheid voor Nederlands toekomst, gevoelt uwe vaderlandsche roeping die één is met uwe christelijke. Nederlandsche jongelingen en jonge dochters, draagt roem op den nederlandschen naam, maar toont u dien naam waardig, door Nederlands geschiedenis u eigen te maken, Nederlands letterkunde op prijs te stellen, en, zonder enghartige verwerping van het vreemde, terwijl gij integendeel uwen geest zoekt te verrijken met al wat goed en schoon is, vanwaar het ook kome, bezoedelt uwe verbeelding niet met de zedelooze producten eener litteratuur die God verloochent en met de reinheid van zeden lichtzinnig spot. Gij, nederlandsche han-

Sluiten