Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geesel zijns toorns zwaait tegen hetgeen onheilig is in dien tempel? Is het niet alsof wij hier aanschouwen wat een apostel later van hem getuigt: de volheid der godheid woont in Hem lichamelijk? Dit steenen huis met al zijne pracht kan en zal verbroken worden, geen steen zal blijven op den anderen; maar den tempel Gods kunnen zij niet verstoren, die tempelbrekers, alles moet samenwerken om hem te bouwen, ook de dood. Dit heilige lichaam wordt niet verbroken door den dood maar verheerlijkt. Den dood verslonden hebbende tot overwinning, zal hij ook den Geest die in hem is ontbonden hebben, dat hij zich uitstorte over alle vleesch. De Zone Gods zal het hoofd worden eener gemeente, die zijne heerlijkheid zal deelachtig worden en de vervulling zijn desgenen die alles in allen vervult.

Die heilige gemeente, die het lichaam is van Christus zijn wij, wij voor zoovelen wij door den doop in dat lichaam opgenomen en in Christus ingeplant, door den Geest geleid worden door welken dat lichaam bestaat. Door hem hebben wij allen den toegang door éénen Geest tot den Vader, en zijn wij niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenooten Gods, gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen, op welken het geheele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opivast tot eenen heiligen tempel in den Heer. (Ef. II: 18—21).

Maar dat gebouw is niet voltooid; geen zes en veertig jaren is er aan gearbeid maar achttien eeuwen. Geen wonder. Het heeft anderen omvang en andere evenredigheden dan de tempel van Jeruzalem in al zijne pracht.

Voltooid zal het worden,, of wij mede helpen bouwen dan of wij afbreken. Ongelukkig zij die afbreken. De hoeksteen des gebouws zal hen verpletteren. Welzalig zij die medebouwen. Hun huis is op de rots gebouwd.

Zijt gij afbrekers of medebouwlieden?

Afbreken. Weet gij waarin het bestaat? Dat onze tekst het ons leere.

Sluiten