Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maakt niet liet huis mijns Vader tot een huis van koophandel. Zoo spreekt de opperste bouwmeester en toont ons aan waarmede het afbreken begint, doorgaans zonder dat zij die liet doen het weten. Het is gelegen in eene, schijnbaar nog zeer onschuldige, weinig beteekenende daad, maar wier gevolgen onberekenbaar zijn. Die daad bestaat in het niet opmerken, het uitwisschen van de fijne grenslijn die het heilige van het onheilige, het gewijde van het ongewijde, het geestelijke van het gemeene en alledaagsche scheidt. Ja, nog bestaat die grenslijn, nog moet zij scherp getrokken worden in deze wereld die in de zonde ligt, al is dan ook het onheilige, het ongewijde en gemeene bestemd om te verdwijnen, en het gansche menschelijke leven bestemd om geheiligd, Gode gewijd en dus eeuwig te worden. Nooit wordt dat doel bereikt tenzij eerst de scheiding worde volbracht. Ziet, wij allen hebben ons deel aan den vloek der zonde, aan den' arbeid in het zweet onzes aanschijns, aan het beploegen en bezaaien van eene wederspannige aarde, die doornen en distelen heeft in overvloed. Maar de heilige Sabbathsrust, de rust van God is ons niet ontzegd, zij wordt ons gegeven als eene profetie der eeuwige ruste. Zoeken en bewaren wij haar in ons harte als een kostbaar kleinood, dat wij niet laten verzinken in het stof en het slijk. Heiligt den naam Gods in uw hart; hebt uwe gewijde uren in uwe binnenkamer, uwe heilige rustdagen na den zesdaagschen arbeid, uwe gewijde bijeenkomsten in het huis des gebeds. Gevoelt het, dat gij nog iets anders zijt dan slaven jagende om het dagelijksc-h brood, dat gij zijt leden eener heilige gemeente, der gemeente van Jezus Christus, den uit den dood verrezene. Maakt van het huis uws Vaders geen huis van koophandel. Neen, nog is de aardsche maatschappij niet de gemeente Gods, nog heeft het onderscheid van maatschappij en gemeente haar goed recht, en, al ondervindt ook de eerste de weldadige invloed der laatste.' vernietigd zouden die invloeden worden, verlamd de werking dier kracht die de gemeente uitoefent op de maatschappij, zoodra zij zelve maatschappij wierd, zoodra de eer- en heersch- en gewin-

Sluiten