Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afbraken, ziet men hem gestadig weer bij de feesten, en wanneer hij dien voor het laatst betreedt, is het weenende: Jeruzalem! Jeruzalem! lwe menigmaal heb ik mee kinderen willen bijeen vergaderen, gelijk de hen hare kiekens bijeen vergadert onder hare vleugelen; en gijlieden hebt niet gewild. Welnu, ja, hij vergadert ze toch, hij vergadert ze aan het kruis. Daar bouwt hij den tempel dien zij verbreken. Ziet, Christenen, dat is de kracht des lijdens, dat is de overwining in de nederlaag, dat het leven in den dood. Dat bereikt gij, zoo gij met Christus lijdt en sterft : het stichten zijner gemeente, het bouwen van het eeuwige vaderhuis.

Maar, wellicht spreek ik stout. „ Gij spreekt tot ons — zoo hoor ik mij toeroepen, niet als of wij christenen maar als of wij Christussen waren. Immers zijn werk is eenig; en onze heiligmaking,'nu ja, wel is zij noodig, maar niet in dien omvang, niet alsof zij een Christuswerk ware. Dat is hoogmoedig." Hoogmoedig! Dan zijn ook een Paulus, een Petrus en Johannes hoogmoedig, die van geen ander werk van Christus weten dan hetgeen eerst voor, maar dan ook in en door de gemeente geschiedt, die hem wel noemen den eersteling maar opdat hij vele broeders zou hebben. Waar leert gij het, dat het werk van Christus eenig is in dien zin, dat gij het niet na te volgen hebt? Het is een booze list van den Satan, die u van eene verlossing door Christus spreekt zonder navolging van hem.

Maar nu dan, zegt gij, het is onmogelijk, en daartoe is men niet gehouden. Onmogelijk: ja, ik stem het u toe, zoolang gij niet gelooft, zoo lang gij u angstvallig afvraagt: ben ik wel verlost? ben ik wel een kind Gods? zoo lang gij geene vrijmoedigheid hebt voor den dag des oordeels. Maar waant niet, dat dit ongeloof u verontschuldigt. Zoo Christus u niet alzoo' had liefgehad als hij u heeft liefgehad, zoo de Zoon u niet gegeven ware zooals Hij u gegeven is, geheel zonder voorbehoud, voor eeuwig : laat het ons dan maar vrijuit zeggen, ellendige zondaren die wij zijn: ik kan niet gelooven, een dragelijk leven is al wat ik begeer, maar heerlijkheid, eeuwig leven is te hoog voor mij. Maar nu, waant niet, dat het nederigheid is, neen, liet is hoos-

Sluiten