Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogmoed, die u alzoo doet spreken. Indien God n alzoo heeft liefgehad dat Hij zijn eeniggeboren Zoon aan u gegeven heeft, opdat gij niet verloren zoudt gaan, maar het eeuwige leven beërven, dan is het geene nederigheid van u te zeggen: zoo kan God mij niet liefhebben, wel iets, wel veel minder. Het is geene nederigheid ; het is hoogmoed, eigengerechtigheid. Dat is de heerlijkheid Gods dat Hij zondaren liefheeft, werkelijke zondaren, zondaren zooals wij zijn, geene begrippen noch algemeenheden. Dat is de prijs der heerlijkheid zijner genade dut Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde, in welken ivij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom zijner genade. (Kf. 1: 6, 7). Hoort het: naar den rijkdom zijner genade. Die genade is niet arm, maar rijk, rijk als God. Hoort het: in wélken wij hebben de verlossing door zijn bloed. Die verlossing is geen verleden maar een heden, een eeuwig heden. Wij hebben haar in hem die voor eeuwig is gelegd tot het hoofd des hoeks van den tempel Gods. Nu dan, zijt niet meer versaagd maar blijmoedig; weest niet ongeloovig maar geloovig. Laat u invoegen op het fondament als levende steenen, en ook gij zult ervaren dat de volheid Gods is in de gemeente, en dat gij mede bouwende tevens mede wordt opgebouwd tot een heiligen tempel Gods in den geest. Amen.

Sluiten