Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mocht het zoo zijn bij velen, velen uwer! Maar zegt mij, hebt gij nog nooit eenige kracht gevoeld uitgaande van het kruis? Heeft de man der smarten, hoe veel of weinig gij hem moogt kennen, niets tot uw hart gesproken van verzoenende liefde, van vergiffenis van zonden, van verlossing en eeuwig leven? Hebt gij, zoo niet de hoop, althans het verlangen naar die hoop, die vaste en onwankelbare hoop op Hem, niet in u voelen ontwaken, en schijnt het u begeerlijk toe, te kunnen zeggen met onzen katechismus: „mijn eenige troost in leven en in sterven is dat ik niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezns Christus eigendom ben?"

Eindelijk, of gij het weet wat het zegt: den Heiligen Geest te bezitten tot een onderpand der hemelsche erfenis, den Trooster die bij ti is in u te hebben, den Geest der waarheid die in alle waarheid leidt, die uit Christus neemt en het u mededeelt, dit wordt u niet gevraagd; maar zijt gij vreemd aan de eerste bewegingen des Geestes, bestaande daarin dat soms uw hart onwederstaanbaar naar boven getrokken wordt, dat gij u gedrongen gevoelt u in uwe binnenkamer op te sluiten en u op uwe knieën te werpen om uw hart uit te storten voor God, den God uws levens ? Hebt gij in de vergadering der gemeente nooit iets ervaren van de werking des Geestes, die de harten te zamen voegde in het gemeenschappelijk gebed en te zamen bond onder het woord der prediking ? Is u de vóór-pinksterlijke gave des Geestes, toen de Verrezene blies op zijne discipelen en het woord sprak: ontvangt den Heiligen Geest, ten eenemale onbekend? Ik weet het beter; en hoe menigmaal gij ook den Heiligen Geest hebt weerstaan of bedroefd, toch weet ik, omdat de Geest niet is weggenomen maar bij ons blijft in eeuwigheid, dat hij zich ook niet onbetuigd heeft gelaten aan uw hart, en ik heb moeite te gelooven dat gij hem ook nu nog weerstaan zoudt, moeite te gelooven dat er één is onder u. die niet in deze dagen menigmaal zijne knieën gebogen heeft voor den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, om zijne zonden te belijden en Gods genade af te smeeken, en daarom

Sluiten