Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die u in het duister gereikt wordt, bij de aanraking voelen branden in de uwe, al schijnt die hand ook te storten in bodemlooze afgronden.

De dood, dat is dus God! Die willekeur is een wil. Die slagen, die smarten, die verscheuringen, een hooger wil legde ze u op. Als gij ter aarde nedervalt, het is geene natuurnoodwendigheid, het is eene hand die u velt. Als gij ineen zinkt, de krachten ontgeven u niet maar zij worden u ontnomen. En de hand die u slaat en velt is de hand Gods! Die u het leven gaf, die is het dio u doodt! Uw schepper is uw beul! En schijnt dit woord te hard voor uwe kitteloorigheid, gewoon als gij zijt aan woorden die de werkelijkheid verhullen, aan het zoete lied der minne zonder merg noch pit, welnu, ik zal mijn ergerlijk woord plaatsen onder de wijding van dat woord dat gij niet ergerlijk durft noemen. Wat zegt liet als de heilige Schrift ons spreekt van eenen God die ons tegenkomt, zoelcende ons te dooden, die uitbreekt tegen den mensch, die hem neder werpt met de hand, die hem wordt als een felle leeuw, als een luipaard, loerende op den teeg. De heilige schrift vreest niet die snijdende woorden; want om al liet zoete, het verkwikkende en het vertroostende van 's Heeren hand te kennen, moeten wij eerst weten en gevoelen dat die hand ons slaat en velt en ons wortel noch tak overlaat.

II.

Is het onder zoo afschrikkend licht als wij daar beschreven, dat de heilige schrijver wiens woord wij tot tekst kozen, zich des Heeren komst voorstelt ? Maar leest wat aan dat woord voorafgaat. „ Gij hebt lijdzaamheid van noode, — zegt hij tot zijne lezers — opdat gij den wil van God gedaan hebbende, de beloften is moogt wegdragen. Want — voegt hij er bij — nog een zeer weinig tijds en hij die te komen staat zal komen en niet

Sluiten