Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstrooiing: in zijnen godsdienst een voorbehoedmiddel te zoeken tegen teleurstellingen der wereld, en in de wereld een voorbehoedmiddel tegen het sombere van den godsdienst! Dat zou de levende hoop zijn, de hoop, die een zedelijke kracht is? Ziet dan ook hoe machtig die hoop is tegen de verschrikkingen des doods. Doet zij naar den hemel verlangen, den dood althans niet vreezen? Stort zij vrede in het hart in de bange ure ? Ach, misleiden wij ons zeiven niet! De hoop, die onze heilige schrijver bij zijn lezers veronderstelt aanwezig te zijn, de hoop, die de christelijke kerk belijdt en die de kracht is van het christelijk leven, de hoop, wier levendigheid moet getemperd worden ten einde lijdzaamheid te werken: die hoop is eene zekere, vaste, onfeilbare hoop, geenszins een ijdele en onbestemde wensch, eene onzekere kans. Die hoop hecht zich aan eene belofte.

Eene belofte. En welke is die belofte? Is het eene belofte, in woorden bestaande, een onderwijs van een daartoe gemachtigden, ja, onfeilbaren leeraar, die als gezant Gods zijn volmacht toont ? Dat zou iets zijn, maar niet genoeg. Gesteld zelf dat dit onderwijs alle denkbare machtiging kon erlangen, dat die leeraar geloofsbrieven kon overhandigen met een goddelijk zegel voorzien: wat zijn woorden tegenover feiten, beloften tegenover ervaringen ? Het woord Gods is iets anders dan letter of klank. De belofte Gods is een daad Gods. een gave Gods. De belofte Gods in den zin van den heiligen schrijver is de gave Gods bij uitnemendheid: de belofte Gods is Jezus Christus.

Jezus Christus. Xoy een zeer weinig tijds en hij die te ionien staat zal komen en niet vertoeven. Ziet, dat woord van den evangelist was reeds in het O. Verbond gesproken door meer dan één profeet. Het apostolisch woord is eerst een profetiscli woord geweest. De profeten zagen in die komst Gods de komst van den rechter. Van den rechter. Reeds dit is eene vertroosting. Wij kunnen nu eenmaal de willekeur niet dragen. In de raadselachtige beschikkingen van ons lot daden van gerechtigheid te mogen aanschouwen, openbaringen van Gods oordeel, dat bevre-

Sluiten