Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het een uitgemaakte /.aak dat men bij velen heden ten dage niets gewonnen heeft door eenvoudig te zeggen : daar staat geschreven. Twijfel ligt bewust of onbewust op den bodem van vele harten. Zou ik dan redenen hebben aan te voeren die dieper liggen dan die welke de Schrift aangeeft? Geenszins, Ik kan u de opstanding van den Heer niet bewijzen, schoon ik haar geloove. Wat dan? Wat bedoelt gij met stellingen te prediken, die gij verklaart niet te kunnen bewijzen, en waarvoor gij u niet beroept op eenig gezag? Het is, dat er in het geestelijke geene andere zekerheid ontstaat dan uit ervaring; en daarom heb ik u, door vergelijking van de behoefte des natuurlijken mensclien en van de ervaring van den Christen, den weg willen wijzen om tot die zekerheid te komen. En al mochten wij ook bewijzen op bewijzen stapelen, en zonder eenig gebrek in onze sluitredenen de opstanding van den Heer betoogen, wat bewerkt ten slotte logische bewijsvoering ? Dat zij ons het zwijgen oplegt, doch ons niet overtuigt. Er is in de logica dwang, en het hart duldt geen dwang, zelfs dien der logica niet. Overtuiging ontstaat langzaam in ons, te midden van veel strijd, angst en gebed. Indien slechts de prediking des woords den stoot geeft aan die inwendige wereld die in ons sluimert, opdat zij ontwake, dan is haar doel bereikt. Overtuigen kunnen wij niet. De H. geest alleen overtuigt. Maar heb ik dit bereikt met dit woord, dat velen het voor eene begeerlijke zaak houden in den zin van onzen schrijver te kunnen zeggen: nog een zeer weinig tijds cn hij die te komen staat zal komen en niet vertoeven, dan smeek ik hen: betreedt den weg waarop die zekerheid te vinden is, namelijk den weg van waarneming, nadenken, gebed. Van waarneming: ja, gaat aandachtig na wat in en buiten u omgaat, en slaat dan het oog op Jezus Christus en aanschouwt hem. Van nadenken: ja, overdenkt zijn woord, liet woord zijner getuigen en ziet of dat woord u geen licht geeft, u uw hart en uwe ervaringen niet verklaart. Ik zeg niet, dat gij bij dit onderzoek niet zult verontrust, ja beangst worden; onrust en angst zult gij hebben, ja, overvloedig hebben, zoo gij niet terugkeert

Sluiten