Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te miskennen, en die op den wedergeborenen mensch overbrengt wat alleen van den onwedergeborene mag gelden, dat God het hoogst verheerlijkt wordt door den menseh het diepst te vernederen. Neen: dit is de heerlijkheid des Nieuwen Verbonds, dat God zich in en door menschen verheerlijkt. God schept in den mensch behagen, door den eenigen middelaar Gods en der menschen, den mensch Jezus Christus, en van nu voortaan is het niet meer alleen aan, maar in den mensch dat God zich openbaart. De miskenning van deze waarheid is een atval van het beginsel des Christendoms, van het beginsel mede der Hervorming; zij heeft eerst geleid tot eene onnatuurlijke, onmenschelijke opvatting van het wezen der openbaring, welke wederom, door eene terugwerking waarin wij de rechtvaardige vergelding Gods moeten opmerken, die algeheele loochening der openbaring heeft te weeg gebracht die wij tegenwoordig aanschouwen.

Men wane althans niet dat men daarmede handelt in den geest van den grooten hervormer, door wien onze kerk geworden is wat zij geweest is. Neen, hoe veelvuldig ook de getuigenissen zijn van ongekunstelde nederigheid en diepe verootmoediging voor God in de geschriften en, wat meer zegt, in de niet voor openbaarheid bestemde brieven van den hervormer, hij was ook niet vreemd aan het dankbare gevoel, dat zich uitspreekt in het apostolisch woord: door de genade Gods ben ik die ik bon en zijne genade aan mij is niet vruchteloos geweest ; hij aarzelde niet te erkennen, dat in zijnen tijd bijzondere gaven des Heiligen Geestes

aan de gemeente werden geschonken.

Wij handelen dus in zijnen geest, laat mij liever zeggen, in den geest zijns goddelijken zenders, indien wij zijne verdiensten

dankbaar gedenken.

Maar, zijn deze verdiensten zoo groot? — zoo hoor ik wellicht dezen of genen vragen, — verdienen zij ook thans nog, in de negentiende eeuw, na zooveel dat later op den gang der denkbeelden, op de ontwikkeling der beschaving van invloed is geweest, herdacht te worden, herdacht in Nederland, waarmede hij in geene

Sluiten