Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matische uiteenzetting van dit geloofsbeginsel daaraan niet ontrouw is geworden ? Ik durf hem daarvan niet vrijspreken. Soms, als hij met de scherpzinnigheid zijns verstands voortredeneert, verlaat hem de tucht des Heiligen Geestes, verliest hij zich in zijne hooge vlucht, en hoort hij de stem niet: tot hier toe en niet verder. Waar Paulus terugtreedt in zijn tragisch verheven vraag: Wie zijt gij, o niensch, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen die het gemaakt heeft zeggen: waarom hebt gij mij aleoo gemaakt? (Rom. IX : 29), daar waagt Calvijn een stap verder en hij verliest den vasten grond. Maar, voorwaar, indien hij had kunnen voorzien welk een misbruik van eene leer zou gemaakt worden, die bij hem uit diepen ootmoed des harten, uit de behoefte om Gode alleen de eer te geven voortkwam: ik durf gissen dat hij aan zijn stouten geest de teugels zou hebben aangelegd, geluisterd zou hebben naar de stem, die daar zegt: de verborgene dingen zijn voor den Heer, maar de geopenbaarde voor ons en voor onze kinderen. Maar wij nu, hebben wij wederom om het misbruik de groote waarheid te miskennen, die alleenlijk in den schoolschen vorm waarmede zij omkleed was, tot eene gevaarlijke dwaling is geworden ? Dat zij verre. Blijven wij zeggen en getuigen met het schoone, echt gereformeerde lied uit onzen bundel: er ligt een onbeschrijfelijke troost en kracht in die leer, alzoo opgevat en in den geest van onzen Lodestein uitgesproken:

Gez. XXI TS. 7, S, 9, 10.

Raad, dien sehepslen nooit doorgronden,

Raad, waardoor de hemel staat,

Onuitspreeklijk wijze vonden

Van des aardbols wicht en maat,

Waardoor 't al is afgoteekend,

Kunstig op zijn plaats gesteld,

Eeuw en dag en uur berekend,

Starrenheir en stof geteld.

Onbegrjjplijk hoog beramen,

Raad, waarnaar de hemel zweeft,

Sluiten