Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GETUIGENIS VAN DEN APOSTEL PAITLUS VOOR DE OPSTANDING DES HEEREN.

Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat, door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zoodanige wijze als ik het u verkondigd heb, tenzij dan dat gij te vergeefs geloofd hebt. Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat hij is begraven, en dat hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften; en Jat hg is van Ce'fas gezien, daarna van de twaalve. Daarna is hij gezien van meer dan vijfhonderd broederen op eenmaal, van welke het meerendeel nog overig is, en sommigen ook zijn ontslapen. Daarna is hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen. En ten laatste van allen is hij ook van mij als van een ontijdig geborene gezien.

Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzoo prediken wij, en alzoo hebt gij geloofd.

1 Kor. 15 : 1—8, 11.

Veel is er in den laatsten tijd gesproken over het verschil van richting tusschen den apostel der heidenen en de oudere of zoogenaamde joodsche apostelen, wier getuigenis ons in de twee eerste Evangeliën alsmede in sommige brieven bewaard is. Dat verschil bestaat. De apostel Paulus zelf spreekt er van in zijn brief aan de Galaten en ook in het XVe hoofdstuk der Handelingen komt het niet onduidelijk te voorschijn. Niet enkel met het doel om voor deze oude getuigenis eenen nieuwen prediker te verwekken is de verheerlijkte Heer aan en in Paulus geopenbaard geworden;

Sluiten