Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanleg bewaart, de behoefte aan verlossing, den wensch naar, het uitzicht op verlossing.

7. Deze verlossing geschiedt niet, kan niet geschieden op werktuigelijke wijze. Zij is geen van buiten opgelegde. Zij veronderstelt opgewekte behoeften. De weg der vrijheid buiten God moet dus eerst ten einde toe bewandeld worden eer de verlossing komt. Daar is eene volheid der tijden, eene volheid van opgewekte behoeften onder de heidenen, eene volheid van voorbereidende openbaringen onder Israël.

8. Deze verlossing geschiedt doordat in die volheid der tijden de Zoon Gods, zijn beeld en het beginsel of de kracht der schepping Gods, 's menschen eeuwig voorbeeld, hij door wien alle kennis Gods aan de menschheid ook vroeger was geschonken, eindelijk de openbaring zijns zelfs heeft voltooid door zelf mensch te worden. De menschgeworden Zoon Gods deelt nu in al de ellenden die door de zonde over den mensch zijn gekomen. De tweespalt van 's menschen lot ondervindt hij in hare bitterheid aan geest, ziel en lichaam; maar hij overwint die door zijn onsterfelijk en onverderfelijk leven. De dood sterft aan hem den dood. De dienstbaarheid der verderfenis waaraan de natuur is onderworpen is in zijn lichaam overwonnen, doordat dit lichaam schoon den dood stervende toch het verderf niet ziet. Hij is gestorven voor onze zonden, opgewekt voor onze rechtvaardigmaking.

9. Opgewekt voor onze rechtvaardigmaking. Wanneer hij uit de dooden opstaat, dan behoort hij niet meer tot deze wereld die in de zonde ligt. Hij wordt gezien van de zijnen, hij spreekt tot hen woorden van eeuwige vertroosting en wekt in hen eene levende hoop. Zij worden door zijne opstanding wedergeboren tot eene levende hoop. Maar hij gaat niet meer met hen om als vroeger. Zijn leven is niet meer van deze sfeer. Wat hij gestorven is, dat is hij der zonde eenmaal gestorven; en dat hij leeft, dat leeft hij Gode. Hij is opgewekt tot de heerlijkheid des Vaders. Zoo is hij geworden de tweede Adam, de rechtvaardige, het hoofd eener tweede menschheid, die niet meer uit haar paradijs geban-

Sluiten