Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wentelingen voortzet, wezens afwerpt en weder opneemt die in de voorbijgaande oogenblikken dat zij door liet eene rad werden losgelaten eer zij weder door het andere werden opgenomen, gedroomd hebben dat zij leefden en onsterfelijk waren. Een noodlot alzoo, dat, neen, niet meer boven ons staat, maar waarvan wij zeiven een deel zijn. een blad uit het door niemand ontcijferde boek. Zijn daaruit onze behoeften, onze strevingen, in één woord: is daaruit onze menschelijke natuur te verklaren?

Steeds duidelijker komt het uit dat de loochening van de belijdenis der christelijke kerk uitgaat van beginselen, die noodzakelijk naar onverbiddelijke wetten die van 's menschen willekeur niet afhangen en daardoor niet kunnen tegengehouden worden, tot deze uitkomsten leiden. Welnu, daartegen protesteert, ik zeg niet onze hoagmoed, ik zeg niet onze zinnelijkheid — ach. deze weten zich wel te vinden in deze beschouwing, — maar ons geweten, ons gevoel van verantwoordelijkheid, onze behoefte aan vrijheid, in één woord alles wat in ons is geest; daartegen protesteert God in ons

Het moet ons genoeg zijn. Al vinden wij voor de behoeften aan eeuwigheid, aan vrijheid, aan heiligheid, aan zaligheid, voor al die behoeften waaruit onze menschelijke persoonlijkheid bestaat, en die in den grond behoeften zijn aan persoonlijke gemeenschap met God, al vinden wij voor al die behoeften geen antwoord in de zichtbare natuur, al vinden wij God niet in de gansche zichtbare wereld, al predikt ons het stargewelf evenmin een Schepper als een hemel, al blijft de dood ons immer spottend toeroepen: ik ben de werkelijkheid, en buiten mij is er geene; toch blijven wij zeggen: de zichtbare wereld is niet het hoogste, is niet het laatste woord der schepping, daar achter is er eene die wij niet zien maar die in ons hart is geopenbaard, eene toekomstige die wij zoeken schoon zij reeds is; daar is een God en daar is een hemel, en daar is eene eeuwige zaligheid in de gemeenschap met God, daar is een vaderhuis en een broederband; daar is een boven dat ik zoek, ik die hier beneden ben. Uit de diepte roep

Sluiten