Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe bestaat zij; daarvan ondervindt zij reeds nu als bij voorbaat de inwerking, eene inwerking kenbaar reeds aan het springen der ketenen waarmede zij den mensch geketend hield, aan het verdrijven der betoovericg waarmede zij den mensch omtooverd hield, zoo lang nog niemand tot de vrijheid der kinderen Gods gekomen was. De ontboeiing der natuur, de eerst langzaam maar dan met toenemende snelheid voortgaande ontwikkeling der natuurwetenschappen en de duizendvoudige toepassingen harer resultaten, zij mogen, door de verfijning der genietingen welke de natuur aanbiedt, door het vermenigvuldigen der gevaren die zij schept, de slavernij van den geest aan de natuur vertienvoudigen bij de kinderen dezer wereld, des te vaster hun de ketenen aanleggen die hen aan het stof binden; onwederlegbaar blijft het feit, dat die ontwikkeling eene vrucht is van het Christendom. De kracht nu van het Christendom ligt niet in leer of instelling, maar in de kinderen Gods. Zonder hen zou er geen kerk noch kerkleer meer bestaan. Zijn nu dit reeds de eerstelingen, wat zal de oogst zijn? Voorwaar de natuur strijdt niet tegen den geest, Zij zoekt hem te dienen. Zij sympathiseert (vergunt mij het woord, dat in den geest der apostolische gedachte is), zij sympathiseert met den geest: zij verwacht de openbaring der kinderen Gods.

Want, zoo gaat de apostel voort, het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet geivillig, maar om diens wil die het der ijdelheid onderworpen heeft; op hoop dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. De ijdelheid, zij bestaat niet in de bewegelijkheid. Zij bestaat niet in de onophoudelijke stofwisseling, die de voorwaarde is van het bestaan van al het geschapene. Alleen de Schepper is onbewegelijk : bij Hem is verandering noch schaduw van omkeering. Niet daarin, dat de hemel niet altijd het rein azuur vertoont, dat er dampen opgaan van de aarde en de wolken den regen doen nederdruppelen; niet daarin, dat de schoot der aarde

Sluiten