Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst in den laaMen, eerst door de cultuur, door arbeid en kweeking, de natuur ontbonden wordt en hare levenskracht openbaart. Zult gij zeggen: dit is geene ijdelheid, dit is de orde der natuur, de wil des Scheppers? Voorzeker, ik zal u niet tegenspreken; maar ziet, daarin bevestigt zich het apostolische woord, dat spreekt van eene onderwerping aan de dienst der ijdelheid tot aan de openbaring der kinderen Gods, daarin zeg ik, dat die arbeid vooreerst nog zoo gering is, en ten tweede zijn doel niet bereikt. Nog is de natuur den raensch te machtig; nog bereidt zij hem den dood; nog verijdelt zij zijne pogingen. Nog zamelen wij in het zweet onzes aanschijns de vruchten van onzen noesten vlijt, zamelen die te midden van doornen en distelen, tot wij zeiven wederkeeren tot het stof, waaruit wij genomen zijn. Gelijk ons leven is eene poging om te leven totdat wij sterven, zoo is in de natuur een streven om tot paradijs te worden; maar zij is liet niet en zij wordt het niet, zoolang wij sterven. Zij is der ijdelheid onderworpen; want zij voelt niet de krachtige hand van haren koninklijken heerscher. Zij is het, niet gewillig, niet omdat het haar aard is, haar natuur; neen, zij dient ons gewillig, maar zij moet in ons geest vinden, enkel geest, wil en macht. Nu is zij, niet gewillig, der ijdelheid onderworpen om diens wil die het gedaan heeft, haren heer en Schepper, die haar der ijdelheid heeft onderworpen, en die ons onzen koninklijken schepter uit de hand heeft geslagen, en onze erve heeft prijs gegeven aan haar zelve, dat is, buiten ons, aan de ijdelheid.

Toch blijft dat streven in haar, even als 's menschen arbeid blijft ondanks het wisselen der geslachten. Zoo min als 's menschen bestemming vernietigd, zijne heerschappij hem voor eeuwig ontnomen is door de tusscheninkomende zonde, evenmin heeft de natuur door den tusscheninkomenden dood hare bestemming verloren of haren aanleg om door den mensch beheerscht te worden. Daarom blijft zij bestaan, bestaan met dien aanleg, bestaan in alle hare oorspronkelijke krachten en vermogens. Zij is der ijdelheid onderworpen, op hoop dat zij, het schepsel zelf, zalvrijge-

Sluiten