Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GODSRIJK IN GELIJKENISSEN.

En hij sprak tot hen vele dingen door gelijkenissen Mattheüs XIII: 3».

Ken beroemd godgeleerde van de vorige eeuw; een man die over de verklaring der schrift een licht ontstoken heeft dat niet meer is uitgedoofd en in welks schijnsel zich nog lieden ten dage allen verheugen, die van meening zijn dat om de schrift goed te verklaren men in haren geest behoort doorgedrongen te zijn; deze godgeleerde dan — hij behoorde tot de luthersche kerk in Duitschland — meende in de opvolging der zeven gelijkenissen, die wij in dit hoofdstuk van Mattheus aantreffen, een tafereel te ..schouwen van de elkander opvolgende tijdperken in de geschiedenis der kerk.

Het ging met dit denkbeeld als met zoovele andere ontdekkingen op ieder gebied: in het begin schijnen zij ongeloofelijk, vreemd, meer eene speling des vernufts dan eene vrucht van bezadigd nadenken. Men heeft nooit zoo iets gehoord; hoe zoude het waar zijn?

Ieder nieuw denkbeeld heeft iets van een bliksemstraal: het licht is te schitterend, komt te plotseling, verdwijnt te snel, dan dat men vertrouwen zou hebben in de juistheid van hetgeen men slechts één oogenblik heeft meenen te zien. Daarna wordt liet weder duister.

Intusschen zoo men goed gezien heeft, zullen de beelden spoedig weder bij liet rijzende licht uit liet duister te voorschijn komen en men zal nu langzamer en zekerder, met meer

Sluiten