Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Vooreerst dan wordt de wereld beschreven, in wier midden liet koninkrijk der hemelen zal moeten worden gevestigd. Zij treedt op onder het beeld van de wijd uitgestrekte aarde met ongelijken bodem. Hier is een betreden pad, daar een steenachtige grond, ginds een verwaarloosde waar doornen en distelen wassen, elders een goede en vruchtbare. Daar tegenover staat de zaaier, die het zaad strooit over de gansche oppervlakte. De Zoon des menschen treedt op in de wereld en verkondigt haar goede boodschap. Algemeen is de prediking des evangelies; algemeen de roeping tot het koninkrijk der hemelen. Geen hart wordt daarvan uitgesloten; geen mensch wordt verstooten. Tot allen komt het woord: bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij. Onder alle volken wordt gepredikt, in den naam van Jezus Christus bekeering en vergeving der zonden; daar is geen onderscheid. Maar niet bij allen vindt die prediking gelijke opname. Daar zijn er die het woord des koninkrijks niet verstaan, en de booze komt en rukt weg hetgeen in het hart gezaaid was. Deze zijn degenen, die bij den weg bezaaid zijn. Daar zijn er, die het woord hooren en het terstond met vreugde ontvangen, doch die geen wortel hebben in zich zeiven. Zij zijn voor een tijd, en als verdrukking of vervolging komt om des woords wil, zoo worden zij terstond geërgerd. Zij zijn degenen, die in steenachtige plaatsen bezaaid zijn. En die in de doornen bezaaid is, deze is degene die liet woord hoort, en de zorgvuldigheid dezer wereld en de verleiding des rijkdoms verstikt het woord en het wordt onvruchtbaar. Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene die het woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de eene zaadkorrel honderd-, de ander zestig-, de ander dertigvoud. Gelijke roeping alzoo voor allen, ongelijke opname dier roeping; gelijke bestemming, ongelijke ontvankelijkheid.

Op den achtergrond dezer eerste gelijkenis zien wij de tweede

Sluiten