Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot aan het einde; de uitwendige onder de Heidenen, de inwendige onder de Heidenen der christelijke wereld. Steeds is daar veel onbebouwde grond; en daar zijn tijdperken, dat die onbebouwde grond wederom bijzonder in het oog valt, zoodat het is alsof er niets anders ware; tijden van algemeene opwekking, waarin de gemeente minder gevoelt wat er gedaan is en wat zij te bewaren heeft, dan wat er nog gedaan, wat er nog gewonnen moet worden. Nog altijd is er eene wereld die in het booze ligt, en de zending, die niet vraagt: hoe moet de gemeente zicli zelve bewaren en opbouwen? maar: hoe is de wereld te bekeeren tot het geloof? blijft de roeping, het recht en de plicht der gemeente tot aan hare voleinding.

Evenwel het zaad komt op; daar is eene gemeenschap der heiligen. Daar zijn kinderen des koninkrijks, die aan de wereld het vreemde schouwspel vertoonen van menschen die vrede hebben gevonden met God, die liet lijden dragen, de wereld verzaken en in den dood hunne verlossing aanschouwen. Die gemeente wordt openbaar. Ziet, zegt een christelijk schrijver van het einde der tweede eeuw, wij zijn van gisteren en reeds is de wereld vervuld van onzen naam, reeds is er schier stad noch dorp of wij zijn er bekend. Voorzeker, zij bleef niet onbekend in de wereld, de gemeente des Nazareners: zij was in hare vernedering eene stad op den berg die aller oog trok ; de machtigen begonnen haar te vreezen, de schoone geesten vonden het der moeite waard haar te bespotten, de priesters haar te vervolgen, de wijsgeeren over haar hunne beschouwingen te hebben. De gemeente nuwasgeene afgeslotene secte; zij had zich niet omtuind en bemuurd. De geest der eeuw drong in haar binnen. Wat waren de zoogenaamde ketterijen aanvankelijk, dan pogingen om den Christus in het geheel eener levens- en wereldbeschouwing op te nemen, die niet uit hem ontstaan was, hem eene hooge plaats toe te kennen onder de genieën en voorgangers der menschheid, zonder hem Heer te noemen; pogingen verder daarmede in verband 0111 de vruchten van zijn leven te smaken zonder dat leven te hebben ontvangen.

IV. 8

Sluiten