Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervult. Zoudt gij nu denken dat hij die van zich zeiven getuigen kon: ik ben het brood des levens, ons zoude spijzigen met het brood van gisteren en ook niet thans van uit den hemel tot ons spreekt en een levend woord zendt in onze consciëntiën, opdat het in onzen mond zoude worden tot eene levende belijdenis, eene belijdenis van heden en niet van gisteren, eene eigene, persoonlijke belijdenis en niet eene belijdenis van anderen? Zoo niet dan weet ik niet waarom wij Hemelvaart en Pinksteren vieren en wat wij ontvangen aan de tafel des Heeren. Immers, daar gedenken wij niet slechts een doode, maar oefenen gemeenschap met een levende, den Christus Gods, het hoofd der gemeente en den koning der eeuwen.

Thans ten slotte, dit ééne woord. Alles komt terecht, zegt de wereld. Ja alles komt te recht, zegt het evangelie, allen komen te voorschijn. Over de gansche zee wordt het net geworpen; en alles komt op den oever; en de zee zal niet meer zijn. Alles komt te recht; want des Heeren is de aarde en hare volheid. Maar toch is het mogelijk dat gij niet terecht komt; omdat gij u zeiven niet hebt willen laten terecht brengen, omdat gij het woord hebt verworpen dat in u had kunnen worden tot een zaad des levens, tot eene vrucht der aarde, tot een bloeienden boom, tot een voedzaam brood, tot een onuitputtelijken schat, tot een koninklijk juweel. Die ooren heeft om te liooren, die hoore. Amen.

Sluiten