Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lens en goddelijke vervulling, iets treffends, iets dat ons de hoogere ïede die aan bet bestuur der wereld voorzit, openbaart, iets dat uit God is, iets dat ons de schriftuurlijke uitdrukking van volheid der tijden doet begrijpen. Wanneer God de Heer opstaat van zijnen troon en nederdaalt om den mensch te bezoeken en te bezien het wul. zijnei handen, dan is dat werk ook gereed, gereed om door s rlee' en hand te worden aangeraakt, te worden omvergeworpen of bevestigd, dan is de mensch ook rijp voor 's Heeren bezoeking, rijp om zijne nadering te bespeuren, om heilbegeerig Hem te gemoet te treden of vijandig Hem af te stooten. Van het oogenblik af dat door anderen als goddelijken mond de goddelijke belofte is uitgesproken, den Heere God als 't ware ontstolen: gij zult zijn als goden; is er geene heerlijkheid in den mensch of zij is eerst in den mond geweest van den leugengeest.

^ an den leugengeest! Ja, de samentreffing waarvan wij spraken is meer dan dit, meer dan eene overeenstemming van behoeften en wensclien met de goddelijke vervulling, zij is ook tevens eene tegenstelling. Dat de geschiedenis spreke. Wat is er van den vrede in de wereld geworden dien het wereldrijk beloofde? Wat van het heil der menschheid dat met Gesar Augustus scheen te dagen ? Dat wereldrijk is gevallen, gevallen door uitputting, gevallen dooiden onvrede des harten, gevallen door de tweespalt der natiën die het omvatte, van rijken en armen, van vrijen en slaven, gevallen omdat zich onder den met lauweren omwondenen maar looden scepter der Cesaren de menschelijke natuur niet liet onderdrukken, maar zij liever haar laatsten bloeddroppel gaf, liever in stuiptrekkende wanhoop ten gronde ging, dan het juk der slavernij te dragen en de wellusten der verdierlijkte machtigen te dienen. Heil liet mensehelijk geslacht: zoo luidde de belofte. En waarin bestond dat heil ? Merkt ook hier de samentreffing en de tegenstelling met het profetisch woord in Israël. Dat als de gaven dei ïijke natuur, de voortbrengselen van den grond, de vruchten des geestes, tot cijns en hulde mochten dienen voor den afgod van het Kapitool. Alle de kostbaarheid der Heidenen, had de

Sluiten