Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zijn toestanden, waarin de vatbaarheid voor schrik als afgestompt is, het gemoed onvatbaar wordt ook door het overigens verschrikkelijkste bewogen te worden; wanneer liet verschrikkelijkste ondervonden is, dan blijft men kalm bij geringere verschrikkingen. Het verschrikkelijkste voor de discipelinnen des Heeren was het kruis; eene aardbeving ontzet hen niet. Hadden zij den moed gehad op den kruisheuvel te blijven toen hij den laatsten adem had uitgeblazen, toen zijn lichaam werd afgenomen van het kruis; zij hebben den moed dien de wachters niet hadden, te midden der stuiptrekkingen der natuur het geopende graf te naderen, ja op den bevenden grond voort te gaan en langs den afgewentelden steen heen in het duistere graf te dalen.

Tn het duistere graf. Ja, hier is het weder schemering die haar omgeeft. I)e schuinsche stralen der zon werpen een twijfelachtig licht in den somberen grafkelder. Maar ziet, als een stilstaande bliksemstraal doorklieft dat duister. Een ander licht is daai als het licht der zon. Het is haar alsof zij, den steen voorbijgegaan zijnde, aan de andere zijde des grafs staan. Zoo boeit haar de lichtende verschijning. Vcrhaaftd zijn zij en twijfelmoedig, maai toch houden zij stand en vernemen het hemelsche woord: zijt niet verbaasd.

Zijt niet verbaasd. Zijt niet verbaasd over hetgeen gij ziet en hoort, niet verbaasd over dezen afgewentelden steen, dat geopende graf, niet verbaasd over deze uitkomst van uwen nachtelijken gang. Wien kwaamt gij zoeken? Jezus den Nazarener, die gekruisigd was. Zijt niet verbaasd over hetgeen met hem. om hem, in hem geschiedt. Is er iets dat u in hem verbazen moet, ook zoo bij ware opgestaan uit de dooden? Zij hebben hem gekruisigd; verbaast het u dat de hemel spreekt, dat de aarde getuigt, dat de Engelen nederdalen ? Verbaast het u, discipelen des Nazareners, gij die hem kent ? Dat zij zich verbazen die hem gekruisigd hebben, zij die vlieden, zij die hem niet zoeken. Gij weest niet verbaasd, gij zoekt Jezus den Nazarener, die gekruisigd was.

Sluiten