Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der wereld, dan bedoelen wij toch wel degelijk den God, „wiens oog is over degenen die Hem vreezen, op degenen die op zijne goedertierenheid hopen." Dit is de zin van het schoone woord : de wereldgeschiedenis is het wereldgericht. Ja, God kan zich laten verbeiden, Hij kan zich verbergen; maar ten slotte openbaart Hij zich, ten slotte zegeviert zijn rijk, het rijk van recht en waarheid.

Niet onmiddellijk, niet ingrijpend werkt Hij: maar leidend, bestierend, regeerend. Zijn koninkrijk is over alles, maar het is een rijk des geestes.

Een Avereldrijk, anders dan het zijne, kan niet bestaan; en eene rechtvaardige zaak bezielt den moed, verdubbelt de kracht, en doet den uitgeputte met arendsvleugelen snellen ter overwinning.

Ziet, daar achter die twee legers, het eene voor een zeer groot gedeelte ongeoefend ten krijg, samengeroepen uit het midden van volkeren door langdurige nederlagen tot moedeloosheid geneigd; het andere, uit keurbenden bestaande die gewoon waren de overwinning voor zich heen te zien gaan op zoo menig slagveld, aangevoerd door den eersten veldheer der eeuw, wiens naam een schrik was voor zijne vijanden, wiens blik als een tooverkracht werkte op de zijnen, achter die twee legers stonden.... hoe zal ik ze noemen? twee engelen? Neen, gij zoudt mij verkeerd verstaan: en, zoo gij mij verstondt, gij zoudt licht mijn denkbeeld overdrijven. Laat mij het liever lager en gewoner uitdrukken: twee namen, twee leuzen, twee machten. Achter het leger deiverbondenen, liever daarboven, de naam, de leuze, de macht: nationaliteit, nationale zelfstandigheid. Achter het andere de naam, de leuze, de macht, neen het spooksel: wereldrijk, wereldmonarchie.

Wereldrijk, wereldmonarchie! Weet gij wat die naam beteekent? Niet: barbaarschheid, wreedheid, wanorde, onkunde; hij kan beteekenen: beschaving, orde, verlichting, verbroedering. Reeds de machtige wereldrijken der oude wereld, waren middelpunten en dragers der beschaving. Assyrië en Babyion, en toen Perzië,

Sluiten