Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samentrekken, den geest onttrekken aan die verdervingen en zich voegwi. zich schuilen, vernachten onder de schaduw dier vleugelen, liet is een toevlucht, eene veilige toevlucht, de eenige toevlucht tegen de verdervingen, de tegenwoordige en de toekomstige. Onder die vleugelen zal u het verderf niet aanschouwen; zalig zijt gij, dat is behouden. Want , die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen." Des Almachtigen! Des Almachtigen! O heerlijk woord. Dus bewaard door zijne almacht. Dus zal u geen kwaad naderen; dus zal <jcenc 1'layc uwe tent naderen, dus zal Hij zijne engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uwe wegen. Dus zult gj hem aanroepen en Hij zal u verhooren; in de benauwdheid zal Hij bij u zijn en Hij ~al er u uittrekken en gij zult Hem verheerlijken (I's. XCI).

\er.staat gij deze dingen? Ik vrees dat velen ze niet verstaan, ook wellicht van degenen, die meenen ze te verstaan. Daar zijn er, die voor God ijveren zonder hunne toevlucht te nemen onder de schaduw zijner vleugelen. Het is een gevaarlijke toestand. (iij ijvert voor den naam des Heeren. Gij wordt geteld onder de belijders. Gij werkt, gij zwoegt voor kerk en bijbel en zending. Maai gij zijt zonder troost, zonder vrede, zonder blijmoedigheid. De hitte der zon brandt op uw hoofd: in den kouden nacht zijt gij zonder bedekking. De schaduw der vleugelen des Heeren is niet over u. Bedriegt u zeiven niet. Eerst, altijd weder op nieuw teruggekeerd tot uwen God en uwe toevlucht genomen onder de schaduw zijner vleugelen. Daar is uw plaats, niet daar buiten. Daar zijt gij veilig, maar ook daar zijt gij krachtig, niet daar buiten. Buiten mij, zegt de Heer, kunt gij niets doen. Niets, neen niets. Niets doen voor u zeiven, niets doen voor de kerk, niets doen voor de maatschappij. Al uw ijveren baat u niet, al uw belijden heeft geene kracht, al uwe werkzaamheden vervliegen in rook, zoolang gij u alleen waagt te midden der verdervingen, en wrevelig keert gij u weldra tegen allen en alles, tegen kerk en maatschappij, tegen uwe naasten, degenen die gij geen

Sluiten