Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkelijk, het hoogste is ook het zekerste. Zoo is het met de eerste grondstelling van ons geweten, het bestaan van God. Di< tot God komt, moet gelooven dat Hij is en dat Hij een belooner is dergenen die Hem eoéken (Hebr. XI : (5.). Wie naar bewijzen zoekt voor het bestaan van God zal ze niet vinden, tenzij hij eerst overtuigd zij van dat bestaan. Zoo met de tweede grondstelling

O O

van ons geweten, dat de wereld niet uit zich zelve is maar uit God. Door liet geloof verstaan wij dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen die men ziet niet geworden zijn uit dingen die gezien worden (Hebr. XI : 3.) Door het geloof verstaan wij het, dat is: onmiddellijk, door geestelijke aanschouwing (intuïtie), maar ook zoo zeker dat wij het verstaan, en dat wij door die aanschouwing prijs te geven niets meer verstaan, en evenzoo het begrip God als het begrip wereld verliezen.

Of wel, zult gij nog zeggen: indien die verhevene voorstelling ook zoo zeker ware dat zij niet betoogd behoeft te worden, waarom is zij dan niet door alle volken gevonden, waarom bij -één volk der oudheid? Waarom treffen wij haar aan niet bij Griekenlands wijsgeeren maar bij Israëls profeten?

Deze vraag is niet toe te laten. Wij zouden even zoo van alles wat bestaat kunnen vragen, waarom het bestaat. Hier staan wij aan de grens der menschelijke rede. Of iets waar is, niet waarom het waar is, ligt binnen het bereik van ons denkvermogen; en daarover hebben wij ons niet te beklagen, want dit gebied is groot ja oneindig, en de grenzen van dit onderzoek worden in geene eeuwigheid bereikt.

Het is dus hier de vraag niet, waarom Israëls profeten en niet de wijzen der volkeren deze theorie hebben gehad omtrent het begin, den oorsprong van alle dingen, maar wel, of, waar zij eens is uitgesproken, zij alle andere theoriën door hare waarheid heeft verdrongen en overwonnen. Ziet, voor die leer in Israël ontstaan heeft de wijsheid der wereld het hoofd gebogen, en waar nog aan een God geloofd werd daar scheen het zoo eenvoudig, zoo natuurlijk, zoo als van-zelf-sprekend, dat hij de schepper is

Sluiten