Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werpt niet alleen het woord Gods, gij onderdrukt den mensch in u, gij laat slechts het dier over dat van geen begin weet; gij zijt niet alleen geen christenen maar ook geene humanisten, want mensch te zijn en aan God te gelooven is één, en gij gelooft niet aan God zoo gij de waarheid niet erkent van dit woord: in den beginne schiep God den liemcl en de narde. Dan eerst hebt gij God, dan eerst als gij de wereld niet met Hem vereenzelvigt, niet van Hem afscheidt, Hem boven de wereld, maar ook de wereld in Hem aanschouwt.

II.

Na van deze grondstelling der Heilige Schrift: in den beginne schiep God den lmnel en de aarde, nagegaan te hebben den zin, aangetoond de verhevenheid, onderzocht de waarheid, wenschen wij in de tweede plaats te spreken over het geloof aan die stelling, en bepaaldelijk ons deze drie vragen voor te leggen:

Wat missen wij, zoo wij haar niet gelooven?

Wat bezitten wij, zoo wij haar gelooven?

Hoe kunnen wij tot dat geloof komen?

Wat missen wij, zoo wij niet gelooven aan een God die hemel en aarde heeft geschapen? Overbodig'is deze vraag nimmer, ook niet in tijden zoo als ouderen van dagen en ook nog jongeren die beleefd hebben, dat er althans in den boezem der christelijke kerk daaraan geen twijfel bestond, dat de strijd over de apostolische geloofsbelijdenis zich nog niet had uitgestrekt tot dat eerste artikel: ik i/eloof in God, den Almachtige, Schepper van hemel en aarde. Immers ook dan is het niet overtollig te wijzen op de waarde van deze belijdenis, en dus op hetgeen wij zouden missen, zoo wij haar niet hadden. Maar overbodig het allerminst in dezen tijd, nu er als eene brooddronkene geestdrift ontstaan is voor hetgeen men noemt de moderne wereldbeschouwing, die

Sluiten